In de wedstrijd tegen de Kennemer Combinatie 3 op 6 februari hebben we de constante vorm van dit seizoen vastgehouden: een 3½-4½ nederlaag. En dat zijn naar mijn gevoel de duurste nederlagen die je hebben kunt. In matchpunten schiet je er niets mee op, terwijl de bordpunten aangeven dat je bijna net zo goed was als je tegenstander. Zo staan we nu na 6 ronden onderaan met 21 bordpunten en 1 matchpunt. Ironisch is dat Leiderdorp met 21 bordpunten 7 matchpunten heeft en vierde staat. Dit seizoen blijkt BSG 2 niet goed gesynchroniseerd te zijn. Daarmee bedoel ik dat nu eens de één, dan weer de ander in vorm is. Je kunt beter in de ene wedstrijd allemaal in vorm zijn en in de andere wedstrijd allemaal uit vorm zijn. Aan het eind van het seizoen heb je dan een paar (flinke) nederlagen, maar ook een paar overwinningen en daarmee matchpunten.
Terug naar de wedstrijd in Haarlem. De weg ernaar toe was erg mistig, maar we kwamen vlot aan op de plek van bestemming. Het denksportcentrum daar is een enorm gebouw. Het heeft een grote bar, aparte rokersruimte (tot grote vreugde van Emile) en een grote speelzaal. Niet minder dan 5 teams speelden er tegelijk. Ik kan slechts twee minpunten noemen. De eerste is dat de deur naar de bar erg vaak open en dicht gaat, vanwege het verkeer van spelers en toeschouwers. Overigens was het leuk dat er ook twee BSG fans waren. Zij deden mee aan het Kennemer Open Toernooi. De lezer mag raden wie dat waren. O ja, het andere minpunt. Dat was een hoestende meneer die regelmatig kwam kijken. Die hoest is voor hemzelf natuurlijk het meest vervelend, maar het leidde sommige spelers wel af. Toen hij tegen het einde van de tweede speeltijd naar de wedstrijd van de Kennemer Combinatie 2 keek, kreeg hij zelfs het verzoek van één van de spelers om weg te gaan.
Dan naar onze partijen. We hadden voor een iets andere opstelling dan normaal gekozen. Tom speelde op bord 1 met wit en bereikte de gewenste remise. Rik speelde op bord 2 en zorgde voor een enorme stunt door te winnen van een sterkere tegenstander. Het was een Trompowsky opening (1.d4 Pf6 2.Lg5). De partij vindt u elders. Speel hem na! Op bord 3 kwam Emile helaas niet verder dan remise. De hele partij lang had hij een initiatief, maar zijn tegenstander hield de koningsvleugel droog.
Op het ‘middenveld’ ging het echter helemaal mis. Theo op bord 4 speelde een Draak met een bekend thema. Zwart probeert een minder precieze volgorde van wit af te straffen, maar hij kan dan niet rokeren. Eén van de oudere grootmeesterpartijen ermee is die tussen Ljubojevic en Sosonko, Buenos Aires 1978. Voor wie de naam Sosonko niets meer zegt. Samen met de te jong overleden Tony Miles was hij de grootste kenner van de Draak in de jaren ’70 en ‘80. De stand ontstaat na 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6. Le3 Lg7 7. Lc4 (de theorie wil dat je hier eerst 7.f3 speelt) Pg4 8. Lb5+. Nu kost 8..Ld7 9. Dxg4 een stuk. Zwart moet 8…Kf8 spelen en dat deed Theo natuurlijk ook.
Als ik me goed herinner was het vervolg 9.Lg5 h6 10.Lh4 g5 11.Lg3 Db6 12.Pf5 Lxc3+ 13.bxc3 Dxb5 14.Dxg4 Dc4 15.Df3 Lxf5 16.exf5 Pd7. Theo legde me in de auto uit dat dit preciezer is dan Pc6, omdat het paard veld f6 controleert en daarmee eventueel f5-f6 verhindert. Hier lijkt zwart goed te staan, maar uiteindelijk trok hij aan het kortste eind.
Chris speelde op bord 5 tegen de Franse verdediging. Zijn dame had op g7 en h7 wat pionnetjes gesnoept en ik dacht dat Chris goed stond. Toen ik even later opkeek omdat de partij was beëindigd, zag ik tot mijn stomme verbazing dat zwart had gewonnen. Chris was met zijn koning naar de damevleugel gelopen en werd daar matgezet. Chris moet me die partij nog maar eens uitleggen, want ik heb er niet genoeg van gezien om het te begrijpen.
Bert Balke ging op bord 6 ten onder aan een bekend euvel: tijdnood. Bert kreeg net als Rik de Trompowsky te bestrijden met zwart en hij was lekker uit de opening gekomen. Hij koos voor een creatieve afwikkeling in het eindspel, maar liet daarna zijn paard opsluiten. Terwijl hij nadacht over een oplossing, ging hij door zijn vlag.
Dan naar mijn partij op bord 7. Wie de diagramstelling bekijkt, zal liever met wit spelen dan met zwart.
Ik twijfelde tussen Pg5-f7 en Pe5-f7. Na 19.Pg5-f7 is het helemaal uit. Zwart kan kiezen. Hij verliest veel materiaal na 19..De8 20.Ph6+ Kh8 21.Dxe8 Taxe8 22.Pe5-f7+. Hij gaat mat na 19..Lg6 20.Txg6 hxg6 21.Dh8. Waarom zag ik zo iets simpels pas bij thuiskomst toen ik mijn schaakbordje erbij pakte?
Ik speelde 19.Pe5-f7 Lg6 20.Pxd8 Lxh5 21.Lxd6 Tfxd8 22.Lxe7 Te8 23.Lxc5 h6 24.h4 hxg5 25.Txg5 en mijn tegenstander verdedigde zich zo goed dat ik er niet in slaagde te winnen.
Dan komen we ten slotte bij de partij van Bert Kieboom die inviel op het achtste bord. Voorafgaand aan de partij bleek dat zijn tegenstander Bert kende van de Prisma boekjes die Bert samen met Hans Bouwmeester heeft geschreven. Bert verdedigde zich solide in een Slavische verdediging en wist in het late middenspel een pionnetje mee te pikken. In een eindspel met toren, loper en 5 tegen 4 pionnen drukte Bert zijn tegenstander steeds meer naar achteren en won. Precies zoals in de leerboekjes beschreven.
De volledige uitslag:
Volledigheidshalve geef ik ook nog de uitslagen van de vijfde ronde. Toen speelden we thuis tegen Philidor Leiden, maar daarvan had ik nog geen verslag gemaakt. Tijdgebrek is na een nederlaag (3-5) een welkom excuus. Nu moet ik toegeven dat ik zo op mijn eigen partij geconcentreerd was, dat ik weinig van de andere partijen had gezien.
Er zit nog wel een aardig diagram in. Een truc die je zelf misschien ook eens kan toepassen in een van je eigen partijen. Na afloop hebben meerdere mensen me gevraagd waarom ik geen 44…Kb7 speelde. Het antwoord is 45.La6!



