7 -1


Het gaat BSG 4 voor de wind en Rode Loper 4 kreeg een depressie. Op papier had BSG op elk bord zo’n 250 ELO-punten meer, maar deze tegenstander was wel verantwoordelijk voor het enige verliespunt van Magnus 1.
Gelukkig kon BSG 4 op volle strekte aantreden, alhoewel Teun zich beklaagde over een griepje. Dat verklaarde waarschijnlijk de vlotte remise. Melchior speelde tegen een dame en zette haar inderdaad vast op die vleugel. Tanja Veenstra moest lijdzaam toezien hoe Melchiors torens binnendrongen en haar koning schaakten.
Cees Jan deed een poging om de zwarte dame van zijn tegenstander te vangen wat tot een chaotisch middenspel leidde. Een wit paard gaf uiteindelijk de doorslag. De vork leverde een kwaliteit op en bracht de aanval van zijn tegenstander over de h-lijn een halt toe. Na nog een grove fout gaf Ivo Griffioen op, met 2 torens minder. Al met al een snelle voorsprong en dat gaf de rest van het team moed.

Iedereen behalve Kees Jan van Dolder, die in een partij speelde waar de aanvallen over en weer rolden. Een moment van onoplettendheid resulteerde in ontreddering omdat zijn tegenstander een stuk dreigde te nemen. Vreemd genoeg bood deze ook remise aan. Psychologie bleek: Alle toeschouwers zagen diverse uitwegen, maar Kees-Jan ijsbeerde wat in het rond en koos eieren voor zijn geld, 3 – 1 dus.
Inmiddels begon de tijd te dringen en dan rollen de uitslagen binnen. Kees Beijen won een pion en gaf die niet meer terug. Een toren eindspel voerde hem uiteindelijk naar de zege. Eddy van der Velden sloeg een stuk en lokte daarmee de koningin van zijn tegenstander weg van de koning, waar zij ten prooi viel aan Eddy’s stukken.

Wim Vijvers had tot de 20e zet het hele bord nog vol stukken staan. Daarna kreeg hij het echter knap lastig. Zijn tegenstander kwam binnen op de h-lijn, maar kreeg geen vat op de stelling. Wanhopig offerde hij een stuk om iets van eeuwig schaak te forceren. Wim hergroepeerde zijn stukken en won daarna vlot. Als laatste was er Ruben aan bord 3, die dit keer meer tijd op de klok overhield dan zijn tegenstander, die in tijdnoood een kapitale blunder beging.

7 – 1 dus, een monster overwinning en op basis van de rating verschillen verklaarbaar. Toch moet je al die partijen – stuk voor stuk – maar zien te winnen. Maar de tegenwind van moeilijker tegenstanders moet nog komen, maar vrij naar Boudewijn de Groot: Hoe strek is de eenzame schaker, die kromgebogen over z’n bord tegen de klok, zichzelf een weg baant … op naar het kampioenschap ? Of spreekt hier de overmoed van een team-captain ? De individuele uitslagen kunt u overigens hier terugvinden.

Comments & Responses

Geef een reactie