BSG 3 wint met 5½ – 2½ van Rivierenland 2, maar toch niet echt overtuigend


De wedstrijd tegen Rivierenland 2 gaf na 2 uur spelen een ander beeld dan vooraf op basis van beschikbare informatie van onze tegenstander te verwachten zou zijn. Op de meeste borden overheerste een niet al te positief en onduidelijk stellingsbeeld.

Aan bord 1 had Bert een klein voordeel, maar de psychische en fysieke omstandigheden noodde Bert de weg tot een remisaanbod. Zijn tegenstander was hem voor en Bert accepteerde zijn aanbod.

Na een half uur wachten op zijn tegenstander speelde Daniël Kuijper ook al scherp zijn geliefde Koningsgambiet. Na verloop van enige zetten ontstond een ingewikkelde stelling, waar allerlei stukoffers tot de mogelijkheden behoorden. Uiteindelijk na lang nadenken leidde een loperoffer op f7 tot een gevecht, dat uiteindelijk tot remise door eeuwig schaak leidde.

Florian kreeg een Hollandse verdediging te bestrijden. Na de degelijke opstelling met g3 en Lg2 leek het erop dat Florian moeite had het juiste vervolgplan te vinden. Zijn tegenstander kwam met de dame naar h5 en met ondersteuning van wat lichte stukken bleek de stelling niet bestand tegen de zwarte aanval.

Met een tussenstand van 1 – 2 was nog van alles mogelijk, maar dat het moeizaam verliep was wel duidelijk.

Aan bord 2 leek Iskander na pionwinst op weg naar winst. Een actieve verdediging van zijn tegenstander leverde Iskander niet meer dan een half punt op.

Aan bord 3 speelde ondergetekende tegen een speler die nogal veel tijd verbruikte. De aanval die hij na een open Siciliaan met vroeg f5 leek te krijgen, wist ik echter adequaat te counteren: een kwaliteitsoffer op de 21e zet leek gevaarlijk, maar na het onontkoombaar afruilen van de dames bleef er nog maar weinig van zijn aanval over. Waarschijnlijk teleurgesteld hield hij zijn klok niet voldoende in de gaten en ging door zijn vlag.

Rob Tijssens ging in de fout na een scherpe openingsvariant en een interessant middenspel. Een onverwacht kwaliteitsverlies leek een verlies in te leiden. Rob wist het zijn tegenstander echter zo moeilijk mogelijk te maken. Dat leidde ertoe dat zijn tegenstander geleidelijk aan zijn grip op de stelling verloor, waarna Rob met een mataanval de partij in zijn voordeel beëindigde.

Ruben Piël speelde zijn bekende spel tegen de tijd. Na een rustig verlopen opening had Ruben een duidelijk voordeel. Hij koos voor een vervolg met het loperpaar en wist een pionneneindspel op het bord te krijgen, dat gewonnen was. De klok bleek ineens geen factor van betekenis meer te zijn, want Ruben speelde alsof zijn leven ervan afhing en kreeg loon naar werken.

Rob Disselhoff leek aanvankelijk op weg naar een remise, maar een onnauwkeurigheid van zijn tegenstander gaf hem eindspelkansen. Met zijn routine wist hij wel raad met de stelling en toonde enige clementie, toen hij mat in 1 verzuimde.

En daarmee werd de uitslag:

BSG 3 (1820) – Rivierenland 2 (1719) 5½-2½
1. Bert Kieboom (1895) – Jorge Gercia (1746) ½-½
2. Iskander Schrijvers (1953) – Henk den Braber (1798) ½-½
3. Theo Slisser (2029) – Hans de Rooij (1703) 1-0
4. Florian Wagener (1895) – Menno Visser (1874) 0-1
5. Rob Tijssens (1860) – Peter Brandsma (1680) 1-0
6. Ruben Piël (1824) – Freek Veldmeijer (1662) 1-0
7. Rob Disselhoff (1780) – Jeroen Brandsma (1655) 1-0
8. Daniël Kuijper (1322) – Rene Meuwissen (1635) ½-½

Theo Slisser

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie