Het begin


In het clubblad had Eddy Sibbing lange tijd een rubriek over zijn jaren bij BSG. Aan die rubriek kwam een eind toen Kontakt eind 2013 werd opgeheven, maar jaren na dato vond Eddy het een goed idee om de rubriek op de site te laten doorleven. Het onderstaande artikel is gebaseerd op het eerste artikel uit die reeks.

Als telg van een schaakfamilie zou je denken dat het logisch was dat ook ik jong zou gaan schaken, maar dat was allesbehalve het geval. Mijn broers, Harry (geboren in 1949), Huub (1951), Sjaak (1952) en Ton (1954) waren veel ouder dan mijn zus Marga (1958) en ikzelf (1961). Uit verhalen heb ik vernomen dat Harry schaken heeft geleerd van “opa Kuit” (de vader van mijn moeder) en vervolgens de andere broers daarmee besmet heeft. Onderling hebben zij vele toernooitjes gespeeld, met name ’s avonds op zolder waar zij sliepen. Als “nakomertje” heb ik dat niet bewust meegemaakt. Er kwam wel geregeld een schaakbord op tafel te staan, maar dat heeft weinig indruk op me gemaakt.

Van Jan Derksen kreeg ik mijn eerste schaakles op de Mariaschool. Later was hij de drijvende kracht achter het schaken op het Sint-Vituscollege, waar onder andere BSG’ers als Ton van der Heijden, Fons van Hamond, Franks Smeele en Harry, Ton, Eddy Sibbing op hebben gezeten. Ik zat samen met jeugdleider Jan tussen 1980 en 1985 in het BSG-bestuur.
(foto: Edwin Baart)

Ikzelf voetbalde vanaf mijn achtste bij SDO en ook ging ik, samen met mijn broers, kijken bij HCAW. De eerste serieuze kennismaking met schaken kwam in de zesde klas van de Mariaschool toen Jan Derksen (zie foto) een korte cursus schaken kwam geven. Ik kan me nog goed herinneren dat ik pochte over Harry en Ton die toen (1973) in BSG 1 en 2 speelden, maar de prijs bij de afsluitende toets (ik dacht een exemplaar van “Jeugdschaak”) ging aan mijn neus voorbij. Het hoofdstuk schaken leek toen voorgoed gesloten. Harry en Ton waren vaste krachten in de top van BSG, mijn broer Sjaak vertrok op zijn twaalfde naar het seminarie en werd bij D4 (Oosterhout) en later Wolstad (Tilburg) een Brabantse topper. Huub heeft nooit echt bij een club gespeeld, maar had (heeft) een meer dan gemiddeld clubniveau. Dat ik alsnog ben gaan schaken is een apart verhaal.

In 1976 zaten Harry en Ton samen met Hans Büchner in de redactie van Kontakt, het clubblad van BSG. Hans verzorgde al jarenlang de technische kant van het clubblad: het stencilen, vergaren, nieten, vouwen en hij deed ook de distributie. Toen Hans er plotsklaps mee ophield verhuisde alle apparatuur naar ons ouderlijk huis op de Singel. Omdat Harry en Ton niet al te technisch waren, werd er al snel op mij een beroep gedaan om te helpen. Vanaf dat moment was ik vele avonden bij de stencilmachine in de kelder te vinden. Je moest er namelijk continu bij blijven, omdat de inkt soms te dik en soms te dun werd, papier kon vastlopen en, het ergste van alles, een stencil kon scheuren.

De voorkant van Kontakt toen ik lid van BSG werd. Het zou in 1991 ook de voorkant van het jubileumboek worden.

Op een van die avonden las ik in de kalender van Kontakt de aankondiging van het Goois kampioenschap in Hilversum. “Voor de lol” gaf ik me op, maar wat wist ik eigenlijk van schaken? In allerijl legde Harry mij het Du Chattel-systeem uit (…g6, …Lg7, …f6, …Ph6, …Pf7, …0-0) zodat ik veilig de eerste zetten door zou komen. Een week later speelde ik mijn eerste officiële partij:

Alex Oude Elfrink – Eddy Sibbing
Goois kampioenschap, ronde 1, 11 maart 1977

1.e4 g6 2.d3 Lg7 3.Pf3 c6 4.g3 d6 5.Lg2 Ph6 6.c3 f6 7.Le3 Pf7 8.Pbd2 0-0 9.Dc2 Pa6 10.0-0-0 Pc7 11.h3 e5 12.a3 b6

Na een originele maar ook zeer voorzichtige opbouw van beide spelers is er gelijke stelling ontstaan. Wit gaat nu over tot actie. 13.d4 Te8 14.h4 Lg4 15.Tde1 f5 16.Lh3 fxe4 17.Lxg4 exf3 18.Pxf3 Pd5 19.h5…

Zwart begaat nu een grove fout. Na 19…e4 was er weinig aan de hand geweest. 19…Lh6? 20.Lxh6 Nog sterker was 20.hxg6. Het begin van een foutenfestival, want de komende zetten van beide spelers zijn “niet de beste”… 20…Pxh6 21.hxg6 e4 22.Txe4 Pf6 23.Txe8+ Dxe8 24.gxh7+ Pxh7 25.Txh6 Pg5 26.Pxg5 De1+ 27.Ld1 De7 28.Dg6+ Kf8 29.Th8# 1-0

In dezelfde week wist ik wel mijn eerste titel bij BSG te winnen: ik won de jaarlijkse klaverjasdrive!

Ik eindigde in de staart van de B-groep met 2 uit 7, terwijl (de latere BSG’er) Marcel Peek de groep won. Veel deelnemers uit deze groep zou ik daarna nog jarenlang tegenkomen, zoals Marcel, Jeroen van den Berg, Alex Oude Elferink en Eddie Leinwand. De A-groep werd overigens gewonnen door Dik van der Lijn voor Henk van der Poel. Grappig was dat enkele van de andere jeugdspelers dachten dat Harry mijn vader was. Ondanks de magere score had ik de smaak te pakken en deed ik ook mee aan de Gooise Paasweek, toen een groot jaarlijks jeugdtoernooi bij de Pion in Hilversum. Hoewel het niveau van de partijen duidelijk beter werd, eindigde ik met 1 uit 5 op de laatste plaats in de C-groep. Alleen de laatste, krankzinnige partij wist ik te winnen.

Eddy Sibbing – Ronald Florijn
Gooise Paasweek, 5e ronde, 15 april 1977

1.c4 e5 2.g3 Pf6 3.Lg2 c6 4.d3 Lc5 5.Pf3 d6 6.Pc3 Pg4

Na 7.0-0 is zwarts aanval te voorbarig geweest, maar wit ging liever zelf aanvallen… 7.Lg5? Db6 Na 7…f6 of 7…Lxf2+ had zwart groot voordeel. 8.Pe4? De reddende zet 8.d4 was duidelijk te hoog gegrepen in die tijd. 8…Lxf2+ 9.Kd2 Dxb2+ 10.Dc2 De fraaie combinatie 10…Le3+ 11.Lxe3 Dxc2+ 12.Kxc2 Pxe3+ was een paar stappen te moeilijk. Schaak geven is een stuk concreter. 10…Db4+ 11.Kc1 Le3+ 12.Pfd2 Lf5

13.a3! Door dit zetje neemt wit opeens de aanval over. Zwart kon met 13…Lxe4 groot voordeel behouden, maar een aangevallen dame is (voor beginners) natuurlijk veel belangrijker! 13…Db6 14.Pxd6+ Kf8 15.Pxf5 Lxd2+ 16.Lxd2 Df2 17.Db2 b6 18.Lb4+ c5 19.Lxc5+ bxc5 20.Lxa8 Pd7 21.e4 Df3 22.Tb1

22…g6? (Geeft nogmaals het toenmalige niveau aan: bang voor mat maakt zwart een “gaatje” dat helemaal niet werkt. Dat zwart met 22…Dxh1+ een toren met schaak kon slaan zal ons beide ontgaan zijn.) 23.Db8+ 1-0

Het heeft me altijd verbaasd dat ik ondanks deze slechte resultaten ben blijven schaken, want ik had een hekel aan verliezen. Ook was het aanvankelijke enthousiasme van Harry en Ton omgeslagen in ontmoediging, “je leert het toch nooit”. Het niveau van de partijen was inderdaad niet bijzonder hoog voor een 15-jarige, maar een beginner heeft wat meer tijd en nuttig advies nodig. Mijn broer Sjaak had meer geduld en legde me tijdens zijn sporadische weekendbezoekjes aan Bussum het nodige uit. Daarnaast was de bibliotheek van Harry erg stimulerend. Het eerste boekje dat ik, vooral ‘s avonds in bed, doorbladerde was Kombinationen van Kurt Richter. Hoewel de voorbeelden pittig waren, ging ik de combinaties steeds beter begrijpen. Een goed (visueel) geheugen (ook handig bij klaverjassen!) hielp zeker bij het onthouden van de patronen. Het plezier en de voldoening van het oplossen van opgaven compenseerde de matige resultaten achter het bord. In september 1977 besloot ik lid van BSG te worden.

(wordt vervolgd)

Tags: ,

Comments & Responses

Geef een reactie