BSG 2 houdt AAS op gelijkspel


Het tweede team speelde afgelopen zaterdag gelijk tegen AAS (Alternatief Aalsmeers Schaakgenootschap). Voorafgaand aan de wedstrijd kwamen we erachter dat er maar één Aalsmeerder in dit team speelt. Alle andere spelers wonen elders waarvan één in Drachten, waardoor de wedstrijd in Bussum voor hem dichterbij was dan een thuiswedstrijd in Aalsmeer. Aldert-Jan Keessen was vroeg in Bussum en heeft ons geholpen met het opzetten van de borden en stukken, heel sympathiek!

Over woonplaats gesproken: bij BSG 2 speelt ook maar één Bussumer en die komt oorspronkelijk uit de kop van Noord-Holland. (Sorry dat ik me de exacte plaats niet herinner. Ik kan al die polders met weilanden boven het Noordzeekanaal niet uit elkaar houden, hoe mooi ze ook zijn.) De rest woont in Naarden (2x), Amsterdam (2x), Diemen (1x), Maastricht (1x) en Blaricum (1x, maar wel geboren in Bussum).

Terug naar de wedstrijd. AAS speelde vorig jaar nog in de 1e klasse. Hun bord 1- en bord-3-spelers zouden qua rating makkelijk kunnen meespelen op bord 5 tot en met 10 bij de wedstrijd BSG 1 – Zuid-Limburg, dus we mogen tevreden zijn met 4-4. Al had er misschien meer in gezeten als Frans, Coen of ikzelf nog een halfje hadden weten te scoren.

Yme zorgde zaterdag voor de meeste sensatie. Bij aanvang van de wedstrijd was hij er nog niet en toen hij er na een halfuur nog niet was, heb ik hem gebeld (met toestemming van de wedstrijdleider) om te vragen wat er aan de hand was. Gelukkig was hij toen al in Bussum. Yme bleek de afgelopen week ziek te zijn geweest en was nog niet 100% fit. Hij had zich verslapen en de reis naar Bussum zat niet mee. Tja, als je dan zoals Yme in Maastricht studeert en woont, dan haal je die tijd niet zomaar in. Gelukkig kwam het allemaal goed. In zijn partij kwam hij aanvankelijk wat minder uit de opening. Zijn tegenstander Ben de Leur speelde met wit en kon een pion winnen, maar de stand zou dan onoverzichtelijk worden. Daar durfde De Leur zich niet op in te laten. Achteraf is het dan makkelijk om te zeggen dat hij te passief speelde en dat Yme daardoor een doorslaggevende aanval kreeg.

Even later trok AAS de stand gelijk doordat Aldert-Jan Keessen won van Coen. Beide spelers hadden hun best gedaan om een scherpe stelling op het bord te brengen. Dan is er maar één factor van doorslaggevende betekenis. Wie is de eerste om de ander mat te zetten? In dit geval was dat Keessen. Zijn dame en loper werkten fantastisch samen waar Coen een of twee tempi tekort kwam om zijn aanval te versterken. Achteraf gaf Coen aan dat zijn veeriende zet verkeerd was en dat hij Pd5 had moeten spelen.

Gelukkig kwamen we snel op 2-1 door een overwinning van Timon op Simon Groot. Hij bouwde de opening gezond op en zijn stukken stonden lekker actief. Tijdens een rondje langs de velden had ik al het idee dat hij kon winnen. En even later stak Timon zijn duim op als teken dat dat inderdaad was gebeurd.

Een andere partij waar het heel goed ging was die van Tom. Tom met wit spelend bouwde rustig een aanvalsstelling op tegen Jasper van Eijk. Ik denk dat de zwartspeler te veel risico’s nam om de stelling te compliceren en dat hij ergens een stelling verkeerd taxeerde. Tom kreeg een sterke aanval op de zwarte koning en won een kwaliteit. Het eindspel was daarna niet moeilijk (3-1).

Helaas ging het mis op de borden 1 en 2. Op bord 1 speelde Frans met zwart tegen Johannes Rudolph. Vanuit een rustige opening leek wit niet veel te bereiken, maar ineens zag ik dat wit toch een aanval aan het opbouwen was. Frans probeerde zo snel mogelijk via de damevleugel tegenspel te krijgen en zijn torens drongen binnen. Maar wit had de g-lijn en koningsaanval. Dat gaf de doorslag.

Zelf speelde ik op bord 2 een rustige opening tegen Marc Trimp. Ik dacht druk te krijgen tegen de zwarte a-pion, maar de druk van zwart op mijn b-pion was minstens zo vervelend. Ik dacht dat ik wat minder stond en verbruikte veel tijd. Ook in de analyse achteraf hadden we het idee dat wit nauwkeuriger moest spelen dan zwart om het gelijk te houden. Thuis geeft Stockfish aan dat het lange tijd gelijk stond. In mijn tijdnood liet ik een kleine combinatie toe die direct beslissend was (3-3). Zwart speelde hier 28. …Pxc3 waarna het meteen uit is. De2 en Ta2 staan aangevallen en na slaan op c3 volgt …Db1 met schaak of nog sterker eerst …Lxc4.

Hilhorst – Trimp na 28…Pxc3.

De vraag was toen hoe de twee resterende partijen zouden aflopen. Rein speelde met zwart tegen Paul Schrama. Het was een positionele partij waarin Rein zijn stukken goed neerzette en wit bereikte niet veel. Op een gegeven moment won Rein zelfs een pion, maar er ontstond een eindspel met lopers van ongelijke kleur. Rein heeft het geprobeerd te winnen, maar de stelling viel ruimschoots binnen de remisemarge.

Nog onduidelijker was het hoe de partij van Jesper zou aflopen. Hij speelde met zwart tegen Jeffrey van Vliet. Voorafgaand aan de wedstrijd tegen AAS had ik wat partijen van onze tegenstanders bekeken en over Van Vliet had ik gezegd dat het een speler is die niet bang is om een pion te offeren voor actief spel. Zo ging het ook in deze partij. Jesper won een pion, maar Van Vliet had kansen omdat Jesper niet volledig ontwikkeld was. Jesper leek dat netjes op te lossen, maar op een gegeven moment zag ik een stelling waarin wit erin was geslaagd om de zwarte koningsvleugel open te breken. Jesper stond onder druk. Er kwam een eindspel op het bord waarin beide spelers een dame en toren hadden. Alleen had wit vier pionnen en Jesper twee. Wit leek beslissend binnen te vallen, maar hij had overzien dat Jesper nog een reddende truc in de stelling had waardoor het remise werd.

Van Vliet – De Groote na 53…Kd8.

Hier speelde wit 54.Tg8+, wat verrassend werd gepareerd met 54…Te8+. De koning kan niet ontsnappen vanwege mat op e3 en op Tg3 volgt natuurlijk …h5-h4. Remise dus en daarmee werd de eindstand:

BSG 2 (2058) – AAS (2138) 4-4
1. F Borm (2141) – J Rudolph (2332) 0-1
2. R Hilhorst (2014) – M Trimp (2179) 0-1
3. J de Groote (2209) – J van Vliet (2354) ½-½
4. T de Ruiter (1947) – J van Eijk (2050) 1-0
5. R Brouwer (2097) – P Schrama (2165) ½-½
6. C van der Heijden (2052) – AJ Keessen (2151) 0-1
7. Y Brantjes (2071) – B de Leur (1873) 1-0
8. T Brouwer (1930) – S Groot (2003) 1-0

Ruben Hilhorst (teamleider)

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie