BSG 2 verovert belangrijke matchpunten


BSG 2 heeft met een krappe 4½–3½-overwinning op Paul Keres 2 uit Utrecht belangrijke matchpunten binnengehaald om kans te houden op handhaving in de 2e klasse KNSB. We staan nu op de gedeelde zevende tot en met negende plek samen met SOPSWEPS en AAS, maar wij hebben het laagste aantal bordpunten. We zullen daarom zelf punten moeten halen in de komende rondes en we moeten hopen dat onze concurrenten punten laten liggen.

De volgende ronde (13 april) spelen we uit tegen Kennemer Combinatie 2 die strijdt om de eerste plek met De Waagtoren. Kennemer Combinatie speelt in de laatste ronde tegen De Waagtoren. Om kampioenskansen te behouden, willen ze natuurlijk van ons winnen. BSG 1 speelt tegelijkertijd met ons tegen de Kennemer Combinatie 1, dus dat belooft een leuke match tussen BSG en Kennemer Combinatie te worden.

Misschien kunnen we uit het adressenboekje van Thomas Willemze een paar sterke invallers halen. Hoe hij het regelt, weet ik niet. Maar BSG 1 speelde zaterdag ineens met twee sterke Franse grootmeesters tegen LSG. Al verloor BSG 1 toch, dus misschien moeten we gewoon met ons eigen team spelen. En de laatste ronde (11 mei) spelen we tegen de nummer 10: Laurierboom-Gambiet.

Zoals eigenlijk alle wedstrijden dit seizoen, wisten we ook nu dat we het zwaar zouden krijgen. Paul Keres 2 heeft een sterk en ervaren team. We mochten enige hoop putten uit de wedstrijdverslagen op hun website, waaruit blijkt dat ze het moeilijk hebben als ze tegen tweede teams spelen. Als je toch op hun website bent, de les over pionneneindspelen van John Cornelisse is de moeite van het bekijken waard. Ik heb er wat van bijgeleerd en ben herinnerd aan een paar wijsheden die diep in het geheugen waren weggezakt.

In de wedstrijd van zaterdag had Cornelisse zijn kennis van het pionneneindspel niet nodig. In de opening stelde Frans zich met zwart passief op. Hij gaf zijn tegenstander aanknopingspunten door h6 en g5 te spelen. Wit bouwde een prettige stelling op en dan is het vaak een kwestie van tijd voordat de fouten bij de tegenstander komen, zelfs als de tegenstander routinier Frans is. Frans verloor een stuk en kon opgeven.

Gelukkig stond daar een punt tegenover van Coen die een fraaie aanvalspartij speelde tegen Hein Piet van der Spek. Coen speelde zijn stukken naar voren zoals alleen Coen dat kan en creëerde dreigingen.

In de diagramstelling had zwart met 17…Lxa8 een mindere, maar verdedigbare stelling kunnen krijgen. Hij speelde echter de tussenzet 17…h5? en stond meteen verloren na 18.Dg3.

Rein bouwde met zwart een ongeveer gelijke stelling op en gaf moedig zijn sterke koningsloper op om de witte pionnenstructuur op de damevleugel te verknallen. De aanval van Willem van de Fliert kwam niet van de grond en dus konden we een punt laten bijschrijven.

De partij van Timon met wit kon ik vrij aardig volgen. Timon bereikte in eerste instantie niet veel in de opening omdat zijn tegenstander op de damevleugel actief spel had. Timon offerde een paard en kreeg daarna een aanval over de h-lijn. De a-lijn was ook open en toen ik een witte toren zag op a7 en een witte dame op h7, dacht ik dat Timon gewonnen stond. De stelling was echter ingewikkeld en zwart verdedigde zich goed. Timon miste op zet 29 een winnende zet. De desillusie was groot toen hij me informeerde dat niet hij, maar Elmer van Veenendaal gewonnen had.

Daar stond een winstpartij van mij tegenover, iets wat me dit seizoen nog niet gelukt was. Ik speel de laatste weken niet in de interne competitie, maar had mij voorbereid op de wedstrijd tegen Paul Keres door iedere dag combinaties uit stap 4 en 5 te oefenen. Als het Eddy Sibbing helpt in de voorbereiding op snelschaak en rapidschaak, dan moet het wel goed zijn.

Ik speelde met zwart tegen Daan Schönberger. In het onderstaande diagram offerde wit een stuk met 15. Peg5!?

Ik besloot het niet aan te nemen. Na 15…Lxd3 16. Dxd3 hxg5 17. Pxg5 Te8 18. Dh7+ Kf8 19. Pe4 dreigt wit 20. Lg5 en 21. Dh8 mat. Ook de torenlift Td1-d3-f3 is vervelend. Daarom speelde ik 15…Lf5 waarna wit zijn paard terugspeelde naar e4. Even later stond het zo:

In verband met dreigingen als Dg4 gevolgd door Dh4, h2-h4-h5 of Ta1-a3-g3 en soms Pxe6 of Pf6+ beviel de stelling me helemaal niet en ik speelde 21…Dd7.  Er volgde 22.Pc5 Lxc5 23.Lxg6 fxg6 24.dxc5 Tf5. Dit had ik van tevoren gezien en hoewel zwart objectief slechter staat, zijn er praktische kansen. Wit is zwak op de witte velden en zijn koningsvleugel is verzwakt. Zwart heeft een f-lijn en rommelkansen met zijn paarden.

Een paar zetten later, na fouten over en weer, hadden we de volgende stelling bereikt. Zwart heeft twee prachtige paarden op d5 en e5. Ik moest zelfs even denken aan Henk Pruijs. Voor wie hem niet gekend heeft: deze speler van En Passant had een enorme voorkeur voor paarden. En de zwarte paarden in deze stelling zijn monsters die wit geen moment rust gunnen. Wit speelde hier 36.f4 en ging twee zetten later in verloren stand door zijn vlag.

Jesper bracht tegen Bert Both de vreemdste Siciliaan ooit op het bord, waarin de zwartspeler veel tijd verbruikte en plotseling in een gelijke stelling opgaf.

Er waren nog twee partijen aan de gang. Tom had met zwart een pion verloren. Toch bleef de resterende stelling lastig en de stelling was redelijk gesloten. Zijn tegenstander Erik Oosterom speelde het goed verder en stond op een gegeven moment een kwaliteit voor. Tom bleef doorspelen in het teambelang, maar gaf op toen duidelijk was dat Yme remise had.

Yme had met wit een voor zijn doen overzichtelijke partij gespeeld tegen Anton Rosmuller. Yme leek aanvalskansen te hebben tegen de zwarte koning en rukte op met g4 en h4, maar in de praktijk viel de kracht van die aanval tegen. Yme bereikte kort na de veertigste zet de onderstaande stelling. Hij had remise na 42.Dxa7+ Kh6 43.De3+ Kg7 44.Da7+.

Ik heb het nog even bekeken met de computer. Zwart lijkt op het eerste oog kansen te hebben met zijn pionnen, maar als hij naïef oprukt dan wordt de witte b-pion gevaarlijk. Dus een terechte remise. Daarmee werd de uitslag:

BSG 2 (2064) Paul Keres 2 (2097) 4½-3½
1. Frans Borm (2132) – John Cornelisse (2167) 0-1
2. Jesper de Groote (2216) – Bert Both (2127) 1-0
3. Rein Brouwer (2064) – Willem van de Fliert (2118) 1-0
4. Yme Brantjes (2055) – Anton Rosmuller (2033) ½-½
5. Ruben Hilhorst (2010) – Daan Schönberger (2104) 1-0
6. Coen van der Heijden (2043) – Hein Piet van der Spek (2091) 1-0
7. Tom de Ruiter (1981) – Erik Oosterom (2064) 0-1
8. Timon Brouwer (2008) – Elmer van Veenendaal (2072) 0-1

Ruben Hilhorst (teamleider)

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie