Gelijkspel BSG 2 na harde strijd


Op zaterdag 2 november stond voor BSG 2 een uitwedstrijd in Utrecht tegen Paul Keres 3 op het programma. Deze sterke club heeft maar liefst vijf teams in de KNSB-competitie spelen en ze speelden alle vijf thuis. De wedstrijden vonden plaats in een soort aula met enkele aangrenzende lokalen. Vooral aan het einde van de dag toen veel partijen al geëindigd waren, en de deur van de analyse- c.q. barruimte steeds open en dicht ging, werd dat erg rumoerig. Onze tegenstander beschikt over een zeer homogeen team waarbij alle vaste spelers een rating tussen 2041 en 2096 bezitten. Dat het geen makkelijke klus zou worden was wel duidelijk.

Coen met wit op bord 7 was als eerste klaar. Zijn tegenstander gaf al op de zesde zet een pion weg maar won deze gaandeweg de partij weer terug. Even later offerde zijn tegenstander bewust een pion die Coen tot in het verre eindspel wist te behouden. Daarna vervlakte de stelling waarbij beide spelers een toren + loper en enkele pionnen overhielden en tenslotte in remise berustten.

De volgende remise werd bijgeschreven door Frans. Na een combinatie in het middenspel raakte de koningsstelling van zijn tegenstander iets verzwakt door g3xf4 wat hem een dubbelpion opleverde en een tochtgat vóór zijn koning. Frans had wel een lichte ontwikkelingsachterstand en kreeg na dameruil enige druk te verduren. Door een pion te offeren belandde hij in een toreneindspel waarbij hij over de actievere torens beschikte. Zijn tegenstander bood remise aan en Frans nam dat vervolgens aan.

Jesper speelde op bord 1 met wit een prachtige partij en combineerde met fijne precisie naar winst. In zijn eigen woorden: “Doorgaans speelt hij (Jesper dus) saai en schuift hij als een ouwe man zijn puntjes bij elkaar, maar zo nu en dan laat hij zijn ware aard zien. Dan is de beer los en trekt hij als een wervelwind door je stelling heen.” Afgelopen zaterdag was het dus weer eens goed raak. Jesper haalde verwoestend uit. Slachtoffer was Simon Kronemeijer, die na een wat aparte opening met catastrofale gevolgen de “hoender in het knuppelhok” gooide. Het witte initiatief bleek niet meer in te dammen en nadat de dame verloren ging, legde zijn tegenstander de koning om.

Na een opening met wisselende perspectieven wist Rein, door in de tijdnood van zijn tegenstander druk uit te oefenen, een stelling met voordeel te bereiken. Hij koos er op dat moment niet voor om een kwaliteit te winnen, maar slechts een pion, en dat was een verkeerde keuze. De stelling was nog in balans, maar Rein vervolgde met een fatale beslissing waarna de partij ineens uit was, vanwege een matnet. De stand was weer gelijk 2-2.

Timon speelde op bord 4 met zwart tegen de Keresiaan met de hoogste rating en kwam in het middenspel onder druk te staan. Zijn tegenstander dreigde een pion te winnen maar dat wist Timon met positionele concessies te voorkomen. Toen er eigenlijk daarna niet zo heel veel meer aan de hand bleek te zijn verloor hij door een fout alsnog een pion. In het eindspel met lichte stukken + pionnen had zijn tegenstander nog moeite genoeg dit te verzilveren en koos dikwijls voor een erg voorzichtige voortzetting. De stukken van Timon konden geen activiteit bereiken en de partij werd na 64 zetten opgegeven: 3-2 achter.

Omdat Henk met BSG 1 meedeed, viel Tom Berkelmans bij ons in. Met zwart verloor hij in de opening op tactische wijze een pion. Maar Tom is een knokker en liet zich van zijn beste kant zien. Door een tweede “pionoffer” wist hij de partij zodanig te compliceren dat hij weer een pion terugwon. Het zag er desalniettemin zorgelijk uit voor ons jonge talent maar in het toreneindspel, met nog steeds een pion minder, vond hij steeds de goede zetten en wist hij vanwege een actievere koning de partij op remise te houden. Een kort oponthoud waarbij de wedstrijdleider er nog aan te pas moest komen bracht hier geen verandering meer in.

Ruben had met wit een enerverende partij. In de opening veroverde hij het loperpaar en had wat meer ruimte, maar zwart stond heel degelijk. Ruben koos voor de manoeuvre Td1-d3-g3 om dreigingen te creëren op de koningsvleugel, maar bereikte niets. Zijn tegenstander brak het centrum open en Ruben moest afwikkelen naar een iets minder eindspel om groter nadeel te voorkomen. Nadat wederzijds de beste voortzettingen waren gemist, ontstond een eindspel waarin Ruben een geïsoleerde d4-pion had. Hij verdedigde zijn pion op d4 goed, maar zwart had nog een tweede plan klaarliggen: de witte pionnen op de koningsvleugel aanvallen. Ook hier verdedigde Ruben zich zo goed mogelijk en er ontstond een moeilijk, maar gelijkstaand, toreneindspel. Zijn opponent probeerde met zijn zwarte koning binnen te vallen via de velden c4 en b3, maar Ruben speelde zijn koning naar f5 en dreigde een vrije h-pion te creëren. Zwart miste daarna een gemene torenzet van Ruben waarna zwart direct opgaf.

Zwart deed hier 65… Th6, waarna wit won met 66. Tg6. De afwikkeling naar het pionneneindspel is gewonnen voor wit en als zwart zijn toren wegspeelt volgt Txc6+, terwijl pion h5 op termijn niet te verdedigen is. Zwart had 65. … Td6 moeten spelen waarna het nog altijd gelijk staat.

Bij een stand van 3½-3½ werd dus de laatste partij van Joan beslissend. Na een ongebruikelijke opening van wit kreeg Joan met zwart een prima stelling op het bord. Niet in de laatste plaats omdat zijn loper op diagonaal g1-a7 de hele partij door kansen zou blijven bieden. In een veel betere stelling liet hij vervolgens zijn paard pennen, waardoor het voordeel als sneeuw voor de zon verdampte, en wit zelfs beter kwam te staan. Uiteindelijk kwam een moeilijk eindspel met vier torens op het bord, dat van beide kanten nauwkeurig gespeeld werd. Toch miste Joan onder grote tijdsdruk zelfs nog de winst waardoor de partij tenslotte met remise werd afgesloten, en zo ook de eindstand: 4-4.

Paul Keres 3 (2064) – BSG 2 (2032) 4-4
1. S Kronemeijer (2065) – J de Groote (2219) 0-1
2. B Both (2089) – F Borm (2119) ½-½
3. D Schönberger (2053) – R Brouwer (2054) 1-0
4. R Schipper (2096) – T Brouwer (2052) 1-0
5. E Oosterom (2036) – R Hilhorst (2008) 0-1
6. A Rosmüller (2041) – J Arensman (2080) ½-½
7. A Schöneshöfer (2078) – C van der Heijden (2030) ½-½
8. M Viergever (2054) – T Berkelmans (1690) ½-½

Timon Brouwer (teamleider)

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een antwoord