BSG 2 op (rating)waarde geklopt


Zaterdag 1 februari 2020 trad BSG 2 thuis aan tegen Veenendaal 1. Op voorhand wisten we dat we onze borst nat konden maken tegen een tegenstander waarvan drie spelers een rating boven de 2200 hebben en twee spelers zelfs boven de 2300. Ondanks dat had de gedoodverfde kampioen tot dusver toch wat punten gemorst en waren wij door een knappe overwinning op het sterke Oud Zuylen Utrecht vrij verrassend naar de bovenste plek gekropen. We konden bovendien deze keer met zowel Henk als Jesper in ons team aantreden, maar of dat genoeg was? Onze opponent was namelijk op volle oorlogssterkte komen opdraven in hun tot nu toe sterkste opstelling.

Frans was als eerste klaar tegen jeugdspeler Matthijs van Dodeweerd. De enige partij met groot ratingsverschil in óns voordeel. Frans kwam met wit goed uit de opening en had op de 18e zet een mooie vrij pluspion op de a-lijn gewonnen. De stukken van zijn jonge tegenstander waren echter actiever en Frans kon jammer genoeg zijn pluspion niet behouden. Kort daarop berustten beide spelers in remise. Achteraf bleek het beest (de computer) een fout van zijn opponent op de voorlaatste zet (33. … Pxc3?) te hebben “gezien”, die beide spelers echter was ontgaan, en na 34. b6! is het direct uit. Maar mensen zijn geen computers en “achteraf kijk je een koe in zijn kont”, zei mijn grootmoeder al.

Op bord 1 speelde Rein met zwart een prima partij tegen Etienne Goudriaan (2310). Van het ratingverschil van bijna 300 punten in Reins nadeel was weinig te merken. Zijn tegenstander liet via een afruil in de London de aftocht van de dames toe. Met deze Queens-brexit verwachtte wit waarschijnlijk een iets beter eindspel over te houden. Gaandeweg de partij veranderde dat beeld en leek de opstelling van Reins stukken hem zelfs de betere kansen te bieden. Hij koos echter voor een afwikkeling van de stukken en bereikte daarmee een zeer verdienstelijke, solide remise.

Ikzelf (Timon) speelde op bord 3 met zwart tegen Bart von Meijenfeldt (2212) die geen deel uitmaakt van de basisopstelling maar regelmatig bij Veenendaal invalt. In de partij die gelijk opging koos ik op de 10e zet met 10…Pfd7 niet voor de beste voortzetting. Door in plaats hiervan mijn paard met een schijnoffer naar d5 te laten springen had ik een veel actievere stelling bereikt met een plusscore van ca. 1,50 volgens de engine. Mijn tegenstander nam na deze gemiste kans het initiatief en met een paardoffer op f7 dat door mij niet helemaal correct beantwoord werd en een fout kort daarna, combineerde hij de partij vakkundig uit: 1-2 achter.

Gelukkig bracht Joan de stand snel weer in evenwicht met een overtuigende overwinning op Gunie du Chatinier die nogal passief verdedigde. Joan trok ten aanval met zijn sterk oprukkende witte centrumpionnen waarbij de e-pion op f7 kon doorslaan. Dit zorgde voor permanente druk op de koningsstelling van zijn tegenstander. De penning door Joans dame op het paard van zijn tegenstander bracht zwart nog verder in problemen. Een kleine onnauwkeurigheid in de afwikkeling van stukken had geen nadelige gevolgen voor Joan en hij trok beheerst het punt naar zich toe. Achteraf gezien de enige winstpartij van onze kant.

Jesper kon met wit geen potten breken tegen Joost Offringa (2287). Ondanks een nieuw persoonlijk ratingrecord knalde hij met zijn apenhoofd tegen een Berlijnse muur aan. Offringa kreeg volgens eigen zeggen in een van de saaiste varianten in het schaken vanuit de opening een klein voordeeltje en speelde lang op winst. Het eindspel bleek echter nogal lastig en Jesper wist het nog net te houden. Hij ontsnapte met remise. Vooralsnog niets aan de hand; de stand was nog in evenwicht.

Net als Jesper had ik Henk wit gegeven in de hoop dat de witspelers punten konden sprokkelen en de zwartspelers het in hun partijen konden keepen. Henk ging er eens goed voor zitten en speelde op de aanval. Ondanks een handenbindend paard van zijn tegenstander op b4 stond Henk goed. In het middenspel overzag hij jammer genoeg de mogelijkheid om met een combinatie een pion te winnen, waarna hij nog beter had komen te staan. Na de partij liet hij zich met afgrijzen ontvallen zich daarvoor wel “voor de kop te kunnen slaan”. Zijn tegenstander Stefan Bekker, met 2326 de hoogste rating van allemaal, pakte vervolgens het initiatief en na een gunstige afruil in het eindspel ook de volle winst. Ondanks al zijn goede intenties bleef Henk met lege handen achter: 2½-3½ voor Veenendaal.

De opgelopen achterstand zou nog door Coen en Ruben kunnen worden rechtgetrokken maar ze verkeerden met de zwarte kleuren allebei in remiseachtige posities, terwijl Coen zelfs iets minder stond. Desondanks gaf ik ze de aanwijzing in het teambelang niet zomaar remise te accepteren maar te proberen er iets van te maken in de hoop toch nog een matchpunt binnen te slepen. Dit was voor Coen te veel gevraagd. In een eindspel met een pion minder waarbij zijn tegenstander Erik van den Dikkenberg een toren, paard en twee pionnen had en Coen een toren, loper en een pion, bleek het paard van wit ook nog eens oppermachtig. Coen probeerde het zo moeilijk mogelijk te maken voor zijn tegenstander maar die manoeuvreerde hem na een onnauwkeurigheid ten langen leste van het bord.

Ruben was met de laatste partij van de middag nog bezig toen de avond al gevallen was en voor ons dus ook het doek. Zijn partij met zwart tegen Tijmen Kampman (2236) was een interessante. Kampman speelde een flankopening en Ruben bezette het centrum. Wit had het loperpaar, maar daarvoor had hij zijn koningsstelling verzwakt. Ruben had een halfopen h-lijn en veld f4 lonkte maar zijn koning stond niet veilig in het centrum, en dat terwijl Kampman de e-lijn had geopend. Met opkomende tijdnood voor beiden, besloot Ruben een pion te offeren in ruil voor actief spel. Objectief gezien niet correct maar het werkte, en op zet 41 won hij zijn pion terug. Er ontstond een eindspel waarin wit een vrijpion op d7 had maar met ongelijke lopers zou Ruben het moeten kunnen houden. Zijn tegenstander probeerde dit eindspel toch te winnen en uiteindelijk zette Ruben op de 99e zet zijn loper op het verkeerde veld waardoor de witte koning beslissend kon binnen wandelen. De ietwat geflatteerde eindstand werd daardoor 2½-5½.

Terug op aarde, het kampioenschap ver weg, maar nog niet helemaal kansloos.

BSG 2 (2088) – Veenendaal (2152) 2½-5½
1. R Brouwer (2034) – E Goudriaan (2310) ½-½
2. H van der Poel (2228) – S Bekker (2326) 0-1
3. T Brouwer (2081) – B von Meijenfeldt (2212) 0-1
4. J de Groote (2235) – J Offringa (2287) ½-½
5. R Hilhorst (2021) – T Kampman (2236) 0-1
6. F Borm (2116) – M van Dodeweerd (1845) ½-½
7. C van der Heijden (2036) – E van den Dikkenberg (2093) 0-1
8. J Arensman (1956) – G du Chatinier (1905) 1-0

Timon Brouwer (teamleider)

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie