Krappe voldoende voor BSG tegen Spijkenisse


Op zaterdag 6 november heeft BSG 1 een belangrijke overwinning geboekt in de 1e klasse B. Tegen het zwakkere Spijkenisse stond aan het eind van de middag een krappe overwinning op het scorebord: 5½-4½

Ondanks alle verscherpte coronaregels kwamen beide teams met een representatief tiental op de been. Qua opstelling weinig verrassingen. Sterspeler van Spijkenisse, Rick Lahaye, speelde op 3 en de rest van jeugdtalenten en oude rotten zaten wel op de plekken waar we ze verwacht hadden.

Openingsfase
Na een uur, anderhalf uur gespeeld te hebben keek ik even rond bij iedereen en met wat ik zag had ik er wel vertrouwen in dat we de wedstrijd goed voor ons zou verlopen. Veel spelers van ons hadden of een goede stelling of meer tijd en soms zelf beiden.

Kort daarna druppelde de eerste remise binnen. Iskander speelde op bord 7 met zwart tegen de invaller met de lange en moeilijke naam (Semen Minyeyevtsev). Laatsgenoemde had opmerkelijk veel tijd nodig voor de eerste zetten. Na 1.e4 d5 2.exd5 Pf6 kostte 3.b3?! al heel veel tijd en na het antwoord 3… Lg4!? 4.Le2 had wit al ruim een uur minder tijd. Hier had Iskander voor complicaties kunnen gaan door 4…Dxd5!? te spelen, na bijvoorbeeld 5.Lxg4 De5+ 6.Pe2 Dxa1 7.Lf3 Pc6 8.Pbc3 met een aparte stelling. De dame op a1 komt er voorlopig niet uit, maar het is ook niet makkelijk voor wit om haar te veroveren en ondertussen staat zwart wel materiaal voor. In plaats van dit koos Iskander voor het veilige 4…Lxe2 5.Dxe2 Dxd5 waarna zwart uiteraard ook zonder problemen uit de opening is gekomen. Niet veel zetten later kwamen beide spelers puntendeling overeen.

Ook bij Frans (bord 6, wit) kwam een puntendeling tot stand. In een rustige Najdorf met 6.Le2 slaagde zijn tegenstander Joey Brokaar er toch in om het bevrijdende opmars d6-d5 erin te krijgen. Niet veel later werd er remise overeen gekomen.

Bij Coen had er wel meer in gezeten. Op bord 10 kon hij met tegen Thijs van Dam aansturen op een eindspel dat er wel goed uitzag voor hem. Coen kreeg een toren op de zevende rij en een actievere loper. Niet veel later wist hij af te wikkelen naar een gewonnen pionneneindspel waarin Coen wel een vrijpion op de damevleugel kon maken en zijn tegenstander door een dubbelpion niet een vrijpion kon maken op de koningsvleugel. Coen offerde zijn vrijpion op om vervolgens met zijn koning de pionnen van zwart op te peuzelen. Helaas pakte hij de verkeerde, waardoor zwart nog remise kon maken.

Tijdnoodfase
Vlak voor en na de tijdcontrole vielen er wel wat winstpartijen te noteren. Zo scoorde Henk op bord 4 met wit een goed punt. Na de opening had ik er al veel vertrouwen in want na 1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.Lb5 g6 4.Lxc6 dxc6 5.f4! is het voor zwart verdomde lastig om tegenspel te ontwikkelen. Vergelijk het maar eens met de variant 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 g6 4.Lxc6 dxc6 waarin wit vaak hemel en aarde moet bewegen om die f-pion in beweging te krijgen. In de partij zette Henk z’n stukken klaar voor de aanval op de koningsvleugel en toen tegenstander Erik Both zich vergreep aan een pion was dat het signaal om de aanval in te zetten. Niet veel later was het 1-0.

Ook bij Timon (bord 9, zwart) had ik wel vertrouwen in een goede afloop. En die kwam er ook. Vanuit de opening had Timon een betere stelling en meer tijd. Tegenstander Job Verheul koos voor een wat passieve variant en drong aan op dameruil maar dat verlichtte de problemen niet. Hoewel Timon wat kritisch op zichzelf was over hoe hij het daarna speelde, was hij er wel als de kippen bij toen hij zijn tegenstander in een eeuwige penning kon vastzetten en daarmee het punt kon bijschrijven.

Helaas was er in die fase ook slecht nieuws voor ons. Ton kon het op bord 3 niet bolwerken met zwart tegen de veruit beste speler van Spijkenisse, Rick Lahaye. In een 1.b3-opening kostte het Ton wat veel tijd om het goede plan te vinden. Wit had ervan kunnen profiteren door actief in het centrum te spelen, maar koos er gelukkig voor om het rustig aan te doen en Ton weer terug in de partij te laten komen. Er zat zelfs een leuk kwaliteitsoffer in om op winst te spelen. Helaas koos de Naardense Grootmeester voor activiteit op de verkeerde vleugel en kreeg snel het deksel op z’n neus.

Kort na de 40e zet kon ik op bord 2 het punt bijschrijven. Het leek misschien op een goede partij, maar het was eigenlijk gewoon een boutpartij.

Matchpunten
Na de tijdcontrole was het wel duidelijk dat de punten naar BSG zouden gaan. Met een stand van 4½-2½ moest er helaas nog wel een nederlaag geslikt worden.

Op het eerste bord lukte het Ruben niet om een goed vervolg te geven aan de eerste twee partijen. Met zwart probeerde hij het met de Russische opening Maurits van der Linde lastig te maken, maar kwam helaas zelf in de problemen en moest materiaal inleveren. Hoewel hij nog dapper doorvocht, moest hij toch de handdoek werpen.

Het leek me dat Rein met wit op bord 8 op weg was het Benkö-gambiet van Wilmar Meijer te kraken. Rein bleef de pion voor en wist steeds meer stukken af te ruilen waardoor hij nog steeds een pion voorstond met enkel de zware stukken op het bord. Hoewel zwart de thematische breekzet c5-c4 kon spelen, had Rein daar een kans gemist om het zwart daar lastig te maken. Het eindspel dat volgde leek goed voor Rein, maar zwart had genoeg activiteit. Remise dus.

Met een 5-4-voorsprong was Jesper nog bezig op het vijfde bord met zwart tegen het grote talent Ansh Jakhari. In een rustige Italiaanse opening kostte het Jesper was tijd om een goed plan te verzinnen, maar kwam na wits b3?! in het voordeel. Dat voordeel werd steeds groter en groter. Met meer ruimte een extra pion met het loperpaar leek het erop dat het gewoon een overwinning ging worden in het eindspel. Helaas bleef de witspeler snel spelen waardoor Jesper met weinig tijd niet meer de juiste winstvoering kon vinden. Remise dus.

Daarmee werd de einduitslag een krappe 5½-4½-overwinning voor BSG. Met deze overwinning staat BSG 1 er redelijk voor. Met 4 matchpunten hebben we ons gevestigd in de subtop en hebben we de onderste regionen voorlopig achter ons gelaten.

BSG (2120) – Spijkenisse (2080) 5½-4½
1. Ruben Hilhorst (2037) – Maurits van der Linde (2221) 0-1
2. Ewoud de Groote (2229) – Daniël Zevenhuizen (2205) 1-0
3. Ton van der Heijden (2274) – Rick Lahaye (2383) 0-1
4. Henk van der Poel (2233) – Erik Both (2140) 1-0
5. Jesper de Groote (2230) – Ansh Jakhari (2041) ½-½
6. Frans Borm (2109) – Joey Brokaar (2022) ½-½
7. Iskander Schrijvers (2023) – Semen Minyeyevtsev (2056) ½-½
8. Rein Brouwer (2019) – Wilmar Meijer (1983) ½-½
9. Timon Brouwer (2030) – Job Verheul (1873) 1-0
10. Coen van der Heijden (2015) – Thijs van Dam (1873) ½-½

Ewoud de Groote

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een antwoord