BSG 1 net te sterk in Westland


Door Ewoud de Groote

Vorige week zaterdag stond de tweede KNSB-wedstrijd van dit seizoen alweer op het programma. Na de eerste wedstrijd net verloren te hebben tegen Philidor Leiden werd het tijd om de eerste matchpunten van het seizoen te scoren. Tegen Schaakmat Westland lukte dat uiteindelijk. De wedstrijd viel met 3½-4½ onze kant op.

Na jarenlang in hogere klassen gespeeld te hebben is de tweede klasse wel weer wat anders. Veel onbekende tegenstanders uit een regio waar ik sowieso bijna nooit kom. Dit keer moesten we naar het plaatsje dat luistert naar “de Lier”. Mooi om te zien dat bij het binnenrijden van het plaatsje de steun aan de agrarische ondernemers onverminderd hoog is.

Boomeropeningen
Nadat de wedstrijd een tijdje onderweg was, viel me op dat er toch best veel boomeropeningen op het bord waren gekomen. Dat zijn openingen die tegenwoordig bijna niet meer ziet en veelal gespeeld worden door mensen met hun gloriejaren rond de jaren 80. Misschien zegt het wel iets over de gemiddelde leeftijd van beide teams…

Het eerste punt van de dag kwam van mijzelf. Op bord 3 trof ik met wit Henk van Putten. Hij schotelde me de Kotov-variant van de moderne verdediging (ja ik moest dit opzoeken) voor. Van alle dingen die je weleens bekijkt, is dit een opening die je zelden of nooit ziet. Wellicht is daar een reden voor want zonder hele moeilijke zetten te doen kreeg ik een prachtige stelling. Ik zat (helaas) beetje lang te denken hoe ik de zwarte stelling het beste kon afstraffen. Uiteindelijk koos ik voor een plan dat wel in de goede richting was maar het had wel wat directer gekund en gemoeten. Gelukkig voor mij maakte mijn tegenstander een fout en miste hij Df2, waarna er een pion verloren ging en daarmee de stelling instortte.

Omdat ik als eerste klaar was, kon ik mooi kijken hoe de rest het deed en daarover veel schrijven in dit verslag. Dat is niet helemaal gelukt, aangezien de analyse van mijn partij met mijn tegenstander en de gespreksonderwerpen (het geknuppel van Ajax, het gedoe tussen Carlsen en Niemann, een soortgelijke zaak in poker, Wordfeud en vele andere onderwerpen) met mijn tegenstander erg interessant en aangenaam waren.

De eerste die na mij klaar was, was señor Inmaculado (Rein). Op bord 5 kreeg hij met de witte stukken een hele oude maar wel bekende variant van het Grünfeld op het bord tegen Manfred Kindt. Op zet 26 werd er remise overeen gekomen en dat was in die stelling wel te begrijpen. Eerder had Rein wel degelijk kans op meer.

Niet veel later kon BSG zijn tweede overwinning noteren. Ton had met de zwarte stukken op bord 4 gewonnen van Johan Valstar. De witspeler liet al snel merken wat zijn intenties waren door met de Velimirovitch-aanval (ook al zo’n variant die je zelden ziet, zelfs op TCEC wordt hij bijna niet gespeeld) te openen. Dat weet je het wel: dan komt er geheid een paardoffer op d5 of f5. En dat kwam er ook. Gelukkig was het paardoffer op d5 niet goed en dat had Ton beter kunnen afstraffen. Nu werd het nog enigszins chaotisch en kreeg de witspeler toch nog een kans(je). Die werd niet gepakt en niet veel later had Ton het volle punt.

Tijdcontrole
Met twee punten voorsprong had ik het idee dat de matchpunten naar ons zouden gaan. Toch bleek het net na de tijdcontrole nog geen gelopen zaak. Op bord 7 had Iskander met wit verloren. Iskanders voorbereiding kwam uit een oud stoffig boek (dit zegt niets over de inhoud van het boek!) van Dvoretsky, maar hij vergat een belangrijke zet te doen (e4-e5!). Zijn tegenstander Timon van Dijk liet die mogelijkheid niet onbenut om met zwart zelf een pion op e5 te zetten en daarmee (groot) ruimtevoordeel te krijgen. Wat volgde was dat wit geen goed plan kon verzinnen, terwijl het voor zwart geen hogere wiskunde was. Uiteindelijk ging het ook mis voor wit op de damevleugel. Onwijs balen (en terug naar het pionnendiploma zoals de witspeler zelf zou zeggen)!

Even verderop ging het ook al niet al te best bij mijn broederfiguur Jesper op bord 1. Met wit speelde hij de slappe ruilvariant (of zoals hij zou zeggen: “de huilvariant”) van het Spaans. Na een onhandige move order in de opening van wit kreeg tegenstander Michiel van Woerden zonder problemen een gelijke stelling. Gelukkig manoeuvreerde zwart zijn stukken naar mindere velden waarna Jesper na een paar normale zetten ineens alle strategische troeven in handen had. Helaas ontstond er toen kortsluiting in Jespers hoofd. Een hele aparte opstoot in het centrum werd simpel door zijn tegenstander afgestraft en uitgespeeld tot winst.

Op dat moment was de stand weer gelijk en kon de wedstrijd nog alle kanten op. Gelukkig hadden wij (ook) een Timon die echt met cojones speelde. Op bord zes met zwart keek hij eerst de kat uit de boom, maar omdat zijn tegenstander Menno Pietersma de opening wel erg cryptisch speelde werd het tijd om de beuk erin te gooien. Dat deed Timon door eerst ruimte te pakken in het centrum, gevolgd door een toren die over de 6e rij mee te laten doen gevolgd door een zeer kansrijk stukoffer waarmee de witte koningsstelling aan gort werd geslagen. Daarna miste Timon een praktische voortzetting waarna wit ineens de beste kansen had. Gelukkig werd die kans onbenut gelaten en was de partij in evenwicht. Toch moet de witspeler enorme druk gevoeld hebben en dus volgde snel een fout in moeilijke stelling. Timon maakte het erg sterk af. Kijk maar mee!

Niet veel later kwam Ruben op bord 8 met zwart remise overeen tegen Paul Brasser. De opening was duidelijk in het voordeel van onze man. Er kon zelfs een pion gewonnen worden. Helaas ebde het voordeel beetje bij beetje weg en waren er slechts bij heel nauwkeurig spel in het eindspel weer wat kansjes op meer. Zoals het ging, kon wit remise afdwingen in het eindspel.

Met een 3-4-voorsprong waren alle ogen gericht wat Henk op bord twee met zwart deed tegen Marnix Hofman. In een chaotische opening volgens moderne inzichten had Henk toch maar de kwaliteit moeten offeren op e3. Dit liet hij na en kwam toch wel lastig te staan. Gelukkig bleef onze man overeind en was hij er als de kippen bij om wit te trucen in de tijdnoodfase en dwong wit daarmee zijn dame te offeren voor een toren en loper. Hoewel een vesting op de loer lag, had Henk toch nog een paar keer kunnen winnen vlak voor de 40e zet. Henk had er wel een gezien, maar niet gespeeld. Zoals het ging kreeg wit toch zijn vesting. Remise dus en daarmee dus een zwaarbevochte winst voor BSG: (3½-4½)

Alles bij elkaar genomen was het toch wel een zwaarbevochten overwinning die wel iets hoger had kunnen (en moeten) uitvallen, maar met een beetje pech had deze wedstrijd ook in een gelijkspel of zelfs nederlaag kunnen eindigen. Het laat zien dat het in deze klasse erg dicht bij elkaar zit. Bijna alle uitslagen zijn 4½-3½ en slechts drie keer 5-3. Daardoor is er een grote middengroep met 2 matchpunten. Volgende ronde mogen we thuis tegen Rokado (nog nooit van gehoord) met 3 matchpunten. Hopelijk kunnen we de weg verder omhoog inzetten.

Schaakmat Westland (2083) – BSG (2134) 3½-4½
1. Michiel van Woerden (2168) – Jesper de Groote (2204) 1-0
2. Marnix Hofman (2183) – Henk van der Poel (2234) ½-½
3. Henk van Putten (2061) – Ewoud de Groote (2237) 0-1
4. Johan Valstar (2008) – Ton van der Heijden (2267) 0-1
5. Manfred Kindt (2066) – Rein Brouwer (2073) ½-½
6. Menno Pietersma (2084) – Timon Brouwer (2021) 0-1
7. Timon van Dijk (2088) – Iskander Schrijvers (2033) 1-0
8. Paul Brasser (2006) – Ruben Hilhorst (2003) ½-½

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een antwoord