De gender gap


Op de site van het HSG Open staat een stuk over de zogeheten ‘gender gap’ door Wim van der Wijk. Er stond onder meer in dat de enige vrouw die recent in de top-100 stond eruit gevallen is. Yifan Hou, wegens een lager pitje. Er stond nog meer interessants in, zie aldaar. Het zette mij aan om weer eens een stukje aan de redactie te sturen.

Door Aad Spee

Titels moeten altijd aantrekkelijk zijn, daarom overwoog ik de titel: Waarom houden vrouwen niet van schaken?

Om te voorkomen dat ik allerlei belangengroepen en anderen tegen me in het harnas jaag die me ongenuanceerd vinden, volgt eerst een korte verantwoording. Immers, er zijn bijvoorbeeld zeker vrouwen die van schaken houden en bovendien kun je gender in geestelijke zin, zeker tegenwoordig zo schijnt het, als meer fluïde beschouwen. De gender gap is voorts goed Nederlands tegenwoordig, mocht iemand daar over vallen. Anders stond er wel the gender gap en dat staat er niet. De gender gap. Ik ga wél discrimineren in de neutrale betekenis van onderscheid maken en ik ga uit van de simpele en wellicht ouderwetse notie dat er mannen en vrouwen zijn en niets er tussenin of ernaast. Dit vooraf gezegd hebbende, enz.

Om te beginnen is er geen verschil in algehele intelligentie tussen mannen en vrouwen. Er is wel verschil op bepaalde onderdelen van wat wij intelligentie noemen.* Zo zijn vrouwen in het algemeen wat sterker in het oplossen van ruimtelijke opgaven en mannen in het oplossen van rekenkundige opgaven. Ooit schaker en psycholoog De Groot liet zien dat je geen goede schaker kunt zijn als je niet intelligent bent, maar andersom is het niet zo dat je niet intelligent bent als je geen goede schaker bent. De relatie schaken en intelligentie is incongruent om zo te zeggen, dit ook ter geruststelling van iedereen met een rating onder pakweg 1600 (het komt mij goed uit, maar het is ook gewoon waar). Dit is niet de plaats en ik ben ook niet de persoon om uiteen te zetten welke diversiteit aan kwaliteiten er nodig is om een goede schaker te kunnen worden, kwaliteiten die niet direct tot de intelligentie gerekend worden, het is duidelijk dat dat er vele zijn! Om er maar een paar te noemen die ik kan bedenken: het vermogen tot langdurige concentratie, kunnen visualiseren en die beelden(reeksen) uit elkaar kunnen houden, emotionele stabiliteit of niet in paniek raken, krachtenvelden aanvoelen en inschatten, zelfvertrouwen, vechtlust, zitvlees, het vermogen om dingen van gering belang belangrijk te vinden, teleurstellingen en aanslagen op je ego goed verwerken, de tegenstander goed inschatten op allerlei aspecten, etc.

Ik bedoel eigenlijk: vrouwen kunnen in principe even goede schakers zijn.

Terug naar de gender gap. Ik heb een heel klein kwalitatief mini-onderzoekje gedaan door af en toe aan een vrouw te vragen waarom ze niet van schaken houdt. Niet op straat, maar in meer kleine kring en telkens als ik dacht: ha, daar is er weer een die het best goed zou kunnen! De antwoorden liepen uiteen, maar waren ook wel overzichtelijk, dat wil zeggen er trad al snel herhaling in bij de ondervraagden. Ik noem de belangrijkste (in mijn eigen woorden want ik heb geen aantekeningen gemaakt).

“In een schaakclub zitten alleen mannen, vaak ook oudere mannen, daar vinden meisjes die in de jeugd met plezier speelden niets aan en ze stromen niet door. Deze onevenwichtigheid houdt zichzelf in stand.”

 

“In de jeugd wordt het schaken gedomineerd door dominante en/of luidruchtige en vaak inadequaat energieke jongens.”

 

“Jongens schaken tegen elkaar, meisjes schaken met elkaar.”

 

“Vrouwen houden niet van strijd, het schaakspel ademt strijd. Die gevoelsassociatie leidt tot aversie en vermijding.”

 

“Je mag tijdens het schaken niet praten.”

Dit antwoord vond ik het grappigste. De meeste verklaring geeft naar mijn smaak de volgende.

“Vrouwen zijn in het algemeen druk met dingen waar anderen en zijzelf iets aantoonbaar aan hebben.”

In dezelfde lijn:

“Vrouwen zijn te nuchter en te verstandig om zich met zoiets nutteloos als schaken bezig te houden.”

Ofwel, vrij vertaald, het is het voorrecht van de man om zijn tijd te verdoen met nutteloze hobby’s. Wie wil, kan er ook in lezen dat in de man het kind of de homo ludens het best bewaard is gebleven. Je kunt ook zeggen dat de man vaak minder volwassen is dan de vrouw.

Natuurlijk is er altijd iemand die begint over de oermens en de strijdlust die de man nodig had voor de overleving van de stam. Het idee dat zich dat duizenden generaties later vertaalt in schaaklust, in het Denksportcentrum te Bussum of elders, lijkt me vergezocht. Wel een gezellig onderwerp als het niet te lang duurt.

Lang geleden heb ik eens beroepshalve gekeken naar een hardnekkig verschil tussen mannen en vrouwen waar het gaat om interesse in bezigheden en beroepen. Er bleek een aanzienlijk verschil te bestaan tussen mannen en vrouwen waar het gaat om grofweg exacte wetenschappen en techniek versus kunstzinnige en literaire beroepen én abstract versus concreet. Dat verschil was aanzienlijk in 1946 en de verschillen waren in 1978 nog onveranderd. Projecten vanuit Den Haag zoals Meisje wordt wijzer en dergelijke haalden, macro beschouwd, niets uit. Vermoedelijk zijn de verschillen 46 jaar later wel iets kleiner, maar het zal nog steeds significant zijn. Ik denk dat we schaken eerder bij exact dan bij artistiek kunnen indelen en dan heb je ook een historische verklaring. Nou ja, verklaring, indicatie.

Alles overziende kan de conclusie zijn dat de vrouw de betere mens is. Daar is iets voor te zeggen. Alleen jammer dat ze niet van schaken houdt. Dat zal verbeteren. Ik deed mee aan HSG Open 2024 en er schaakten meerdere dames. In de kelder, met mij in de laagste klasse, dat dan weer wel. In 2074 zal het er ongetwijfeld iets beter voor staan met de verhoudingen. En dan zal het hopelijk ook afgelopen zijn met aparte competities voor mannen en vrouwen.

Tot zover mijn onderzoekje. Ik ben erin geslaagd Donner erbuiten te houden met zijn eigen gender gap. Donner wordt er altijd bij gehaald als iemand weer eens iets zegt over dit onderwerp. Hij was een meester van de scherts, maar ik kreeg lezend in De Koning allengs de indruk dat hij serieus was met zijn minachting van de vrouwelijke medemens. Blauwtje(s) gelopen, kan niet anders.

* Intelligentie volgens de formele psychometrie is een enigszins beperkte opvatting van intelligentie. De psychometrische eisen die, terecht, worden gesteld aan intelligentietests, maken dat allerlei belangrijke mentale eigenschappen niet worden meegeteld omdat die niet betrouwbaar en valide kunnen worden gemeten. IQ zegt daarom zeker wel iets, maar niet alles. Er schijnen ontwikkelingen te zijn die het begrip IQ breder meetbaar maken, maar daar weet ik het fijne niet van.

Tags:

Comments & Responses

Geef een reactie