Schaakbelevenissen in de zomer

Vooruit dan. Ik kan natuurlijk niet commentaar geven op een verslag en dan zelf niks plaatsen terwijl ik van de zomer wel een toernooitje heb gespeeld. Om precies te zijn, het zesrondig bijtoernooi van het Open Nederlandse Kampioenschap. Het hoofdtoernooi dat in 1981 door onze clubgenoot Frans Borm werd gewonnen.

Door Paul Tuijp

Plaats van handeling was dit jaar weer sporthal Theothorne in Dieren. Voor lange mensen zijn de stoeltjes en tafeltjes wat laag, maar je zit ruim, de koffie en toiletten zijn dichtbij, het is rustig in de speelzaal en er is een mooie bar met analyseruimte, dus prima omstandigheden om een potje te schaken. (Dat vond onze clubkampioen trouwens ook, die wél de 9 ronden in het hoofdtoernooi speelde.)

Vorig jaar deed ik ook mee en scoorde ik 50% met 2 overwinningen en een TPR van 1923. Omdat ik op rating weer redelijk onderaan bungelde in mijn groep, was die 50% weer een mooi streven.

In de eerste ronde moet ik tegen de man (rating: 1998) waar ik vorig jaar in de tweede ronde nogal ongelukkig in de uitvluggerfase van verloor. En nu heb ik nog zwart ook. Er zijn dus enige revanchegevoelens, maar ik sta al snel onder druk en houd de boel slechts met kunst- en vliegwerk overeind. Na de eerste tijdcontrole mist hij een kansrijke voortzetting waarna de kansen keren. Angsthaas als ik ben ga ik akkoord met een remiseaanbod, want ja, een half ei… enz.

In de tweede ronde tref ik op papier een nog sterkere tegenstander (rating: 2023). Ik schuif de boel vakkundig dicht en denk de tweede halve dop te pakken te hebben tot ik een doorbraak volledig over het hoofd zie, waarna mijn stelling alsnog volledig instort.

Met ½ uit 2 verwacht je dan eenzelfde prutser te treffen als jijzelf, maar met een tegenstander met een rating van 1941, lijkt dat toch niet zo te zijn.

Terug op de beoogde 50%!

Helaas moet mijn tegenstander in de vierde ronde verstek laten gaan. Gratis punt, dat wel. Dat leidt natuurlijk tot een serieuze opponent in de vijfde ronde. Met een rating van 2137 blijkt Daniël Zevenhuizen ook een maat te groot. Ondanks de witte stukken en ondanks vrij natuurlijke zetten, kijk ik na een zet of 20 tegen een passieve stelling aan. In plaats van natuurlijke zetten probeer ik creatief te worden en dat werkt niet. Van -0,4 beoordeelt de Chess.com-machine mijn stelling 10 zetten later met -1,1 en zo word ik langzaamaan weggespeeld. Ik rek het tot zet 49, maar mijn ondergang is onvermijdelijk.

De laatste ronde brengt me tegen Coen Stoop, ook weer met een (in mijn ogen) respectabele 2073 achter zijn naam. Hij heeft de opening net iets beter in de vingers. In een poging initiatief te krijgen tegen zijn koning mis ik een grap die me een kwaliteit kost. Maar dan blijkt schaken op het niveau tot pak ’m beet 2100, toch een geluksspel te zijn. Ik krijg namelijk mooie compensatie voor die kwaliteit en kom steeds beter te staan. Maar een goede stelling winnen is niet aan mij besteed en moegestreden eindigen we zo ongeveer als laatsten in de zaal met een remise.

Dat maakt 2 uit 5, geen 50%, maar met 1967 toch een betere TPR dan vorig jaar.

Geef een reactie