BSG noteert nederlaag in openingswedstrijd tegen SOPSWEPS’29


Zaterdag 20 september stond de eerste ronde van het nieuwe schaakseizoen weer voor de deur. Op het programma stond de wedstrijd tegen de club die zich meer dan 30 jaar geleden heeft afgescheiden van BSG: SOPSWEPS’29. Een beladen wedstrijd op papier en dat werd het ook. Na een lange middag schaken, waarin veel gebeurde, trok BSG aan het kortste eind: 3-5.

Door Ewoud de Groote

Personele problemen
BSG kende wat problemen na aanloop van de wedstrijd tegen SOPSWEPS’29. Onze Naardense Grootmeester Ton lag nog te bakken op een strand in een ver landje. Gelukkig was dat ruim van tevoren bekend, dus kon Frans Borm uit het tweede worden weggeplukt om in te vallen.

Ook hadden we een wedstrijdleider nodig. In de tweede klasse en lager moeten de thuisspelende clubs zelf een (assistent)wedstrijdleider regelen. Helaas kregen we te horen dat onze wedstrijdleider toch niet bleek te kunnen. Gelukkig had het derde team een vrije ronde, dus er waren genoeg potentiële kandidaten om als assistent-wedstrijdleider te fungeren. Uiteindelijk was Rob Tijssens bereid gevonden om deze taak op zich te nemen. Ongetwijfeld is hem verteld dat het een rustig middagje zou worden. Het zou allemaal anders lopen.

Ophef!
Het duurde eigenlijk heel lang voordat de wedstrijdleider iets hoefde te doen. Voor de tijdcontrole vielen er nog geen uitslagen te noteren. Vlak voor de tijdcontrole gebeurde er wel iets dat de wedstrijd op z’n kop zette. Mark, spelend met wit op bord 6, merkte op dat de notatie zijn tegenstander Jan Roebers niet klopte. Naast dat de notatie moeilijk leesbaar zou zijn, zou hij ook 2 zetten verder zijn dan Mark. Dat zou natuurlijk raar zijn. Mark was bij zet 37 en zijn tegenstander bij zet 39. Dus Mark zette de klok stil en haalt de assistent-wedstrijdleider erbij. Omdat deze een assistent is en niet een gediplomeerd wedstrijdleider is, mag hij geen beslissingen nemen. Omdat de spelers er natuurlijk ook niet uitkwamen, moet de assistent-wedstrijdleider via WhatsApp ‘OPA’ raadplegen. Het Online Panel van Arbiters moet dan uitkomst bieden in zulke situaties.

Maar hier lag het probleem. Het lukte Rob niet om via WhatsApp contact te krijgen en bellen kon/mocht of lukte niet. Hierdoor werd er eigenlijk geen beslissing genomen. Ondertussen werd Mark door deze en gene onheus bejegend, gingen anderen zich bemoeien met de partij en schreef zijn tegenstander ondertussen de notatie helemaal in een kleine 10 minuten ditmaal netjes over. Zo hoorde het natuurlijk niet te gaan. Inmiddels was de lol er wel af en Mark wilde niet verder spelen.

Dat roept natuurlijk de vraag op wat er wel had moeten gebeuren. Zelf ben ik geen wedstrijdleider (ik kijk wel uit!) en heb geen zin om me hierin te verdiepen. Als ik het niet weet, dan vraag ik het aan Grok. Geprezen voor zijn objectiviteit is dit misschien een handige tool om te gebruiken mocht zoiets in de toekomst vaker voorkomen.

Ik heb de situatie zoals eerder beschreven voorgelegd en na een minuutje komt het volgende antwoord eruit rollen (Speler 1 = Mark, Speler 2 zijn tegenstander):

Als wedstrijdleider (arbiter) in deze situatie, zou ik de volgende stappen ondernemen om de onregelmatigheid eerlijk en volgens de FIDE-regels op te lossen, met prioriteit voor fair play, minimale verstoring en rekening houdend met de tijddruk vlak voor de tijdcontrole (zet 40, waarna 30 minuten extra plus het doorlopende increment van 30 seconden per zet).Eerst zou ik bevestigen dat Speler 1 terecht de klok heeft gestopt om mij erbij te halen – dit is expliciet toegestaan onder Article 6.11.2 van de FIDE Laws of Chess, die stelt dat een speler de klok mag pauzeren om assistentie van de arbiter te zoeken bij een onregelmatigheid, zoals een probleem met de notatie.

Ik zou de klokken officieel pauzeren (Article 6.11.1) om te voorkomen dat tijd verder loopt tijdens het onderzoek, en noteren van de exacte kloktijden (Speler 1 ~1 minuut, Speler 2 ~3 minuten) en de huidige stelling op het bord. Vervolgens zou ik de klacht onderzoeken door beide scoresheets te bekijken (Article 8.2, die vereist dat scoresheets zichtbaar zijn voor de arbiter).

Ik zou controleren op:
• Onleesbaarheid van Speler 2’s notatie (Article 8.1.1 vereist duidelijke en leesbare algebraïsche notatie).
• De discrepantie in het aantal zetten (Speler 1 bij 37, Speler 2 bij 39), wat wijst op vooruit noteren, wat verboden is behalve in specifieke claim-situaties (Article 8.1.2).

Als de onregelmatigheid bevestigd is, zou ik beide spelers verplichten om de partij te reconstrueren op een tweede bord (of verbaal als geen bord beschikbaar), onder mijn supervisie (Article 8.5.3 en Article 11.11, die stelt dat beide spelers moeten assisteren bij reconstructie).

We beginnen vanaf een punt waar de notaties overeenkomen (bijv. zet 30 of eerder) en lopen de zetten na tot de huidige stelling, om de juiste sequentie vast te stellen. Dit duurt idealiter niet lang, maar met de tijddruk in gedachten zou ik prioriteit geven aan een snelle resolutie – als het complex blijkt, zou ik overwegen om door te laten spelen tot zet 40 (onder voorbehoud) en de volledige reconstructie uitstellen tot in de extra 30 minuten, om te voorkomen dat een speler door tijdnood verliest (Article 7.1 geeft de arbiter discretionaire bevoegdheid om kloktijden aan te passen bij onregelmatigheden).
Na reconstructie zou ik Speler 2 verplichten om zijn scoresheet te corrigeren op zijn eigen tijd (Article 8.5.2, analoog aan situaties met incomplete notatie), en een waarschuwing geven voor de overtreding (Article 12.9 voor penalties, beginnend met een waarschuwing bij eerste overtreding, escalerend tot tijdstraf of verlies bij herhaling).

Als de onleesbaarheid systematisch is en impact heeft op mogelijke claims (bijv. draw door herhaling of 50-zettenregel), zou ik een mildere tijdstraf overwegen voor Speler 2, zoals 1-2 minuten aftrek, om balans te houden. Ten slotte zou ik het spel herstarten (Article 6.11.3) zodra opgelost, met de klokken aangepast indien nodig voor equity (bijv. als de interruptie oneerlijk tijd kostte voor Speler 1).
Ik zou het incident documenteren voor de toernooiorganisatie, vooral omdat er aanvankelijk geen directe arbiter was en de assistent contact probeerde te leggen – dit voorkomt escalatie later. In een context met alleen een assistent, zou ik als wedstrijdleider adviseren dat de assistent deze rol tijdelijk overneemt tot officiële guidance komt, maar in dit scenario handel ik direct om de integriteit van de partij te waarborgen.

Ik heb hier verder niets aan toe te voegen!

Nullen
Na het gedoe bij de partij van Mark zag het er bij een paar BSG’ers niet goed uit. Zo speelde Timon met wit op bord 8 een ongelukkige partij. Nadat hij al vroeg wat zetten in de opening door elkaar had gehaald, kwam hij niet één maar twee pionnen achter. Hoewel Timon het bleef proberen om de stelling complex te maken, gaf tegenstander Michiel Geelen geen krimp.

Ook bij m’n broederfiguur op het derde bord ging het niet al te best. 15 jaar geleden kwam hij ook uit tegen Johan Booij en toen hield hij op z’n tandvlees remise. Met zwart ging de opening nog wel, maar daarna speelde hij naar eigen zeggen als een 1100-speler. Er ging een kwaliteit verloren en daarmee ook de partij, al duurde het nog wel even voordat wit de vis op het droge had.

Halfjes
Hierna volgden heel wat remises. Allereerst bij Frans met zwart op bord 7. Tegenstander Paul van Onselen ruilde zijn lopers in voor paarden. Optisch wel mooi, maar Frans gaf geen krimp. Remise dus.

Ook bij Rein op bord 5 werd het remise. Daar zag het eerlijk gezegd niet naar uit. Zowel hij als zijn tegenstander bouwde een ‘huisje’ op eigen helft en na een paar keer ruilen kreeg Frank Smeele ineens de kans om een kwaliteit te offeren. Dat was erg sterk want de extra centrumpion(nen) en sterke loper gaven wit groot voordeel. Om onduidelijke reden werd deze mooie loper niet veel later geruild voor de ezel op e6 waarna het ergste wel achter de rug was voor Rein. Hoewel wit later in de partij een gedekte vrijpion op d6 kreeg, wist Rein de boel bij elkaar te houden.

Remise was ook de uitslag op het vierde bord. Daar trof onze Judit met wit Tom Bottema. Na een ongebruikelijke opening waarin zwart met een schijnoffer op e4 op te proppen kwam, antwoordde Judit met Lxf7+. Het leidde tot een aparte stelling waarin Judit veel damezetten had gedaan en Tom veel koningszetten. Na de opening zag zwart zich genoodzaakt een pion te offeren om de loper op c8 mee te laten doen. Voldoende compensatie had zwart niet, maar er volgden wel vele complicaties waardoor het moeilijk werd. Gelukkig overzag Judit de complicaties en stuurde ze aan op een lopereindspel dat remise was, al duurde het nog wel even totdat zwart daar ook van overtuigd was.

Gemiste kansen
Het zag er inmiddels niet meer goed uit voor BSG. Toch zijn er kansen geweest. Zo hadden Henk en ik eigenlijk moeten winnen maar kennelijk bleek dat lastiger dan gedacht. Uiteindelijk werden het twee remises waarmee de nederlaag een feit was. Het had nog erger kunnen zijn, aangezien we allebei ook nog hadden kunnen verliezen. Dat bleef ons gelukkig gespaard.

Ik was eerder klaar dan Henk. In het verre eindspel claimde ik remise na herhaling van slechte zetten. Daarvoor was echter genoeg gebeurd. Met zwart op het eerste bord kreeg ik een flankspelletje voorgeschoteld. De opening verliep wel OK voor me maar ik had toch ergens paarden moeten ruilen. Toen Reynir Helgason dit voorkwam, kwam ik erachter dat m’n stelling minder goed was dan gedacht. Gelukkig initieerde m’n tegenstander niet veel later wel een stukkenruil waarna ik van m’n problemen af was. Na nog een stukkenruil van m’n tegenstander kwam ik zelfs in het voordeel. Met een slimmigheidje wist ik de controle over de c-lijn te winnen. Ik had de droomstelling en na een paar haperingen vond ik de beste voortzetting, waarna het moeilijk werd voor wit. Ik won uiteindelijk voor de 40e zet een pion en de stelling leek gewoon te moeten winnen voor mij. Het juiste plan werd wel gevonden, maar mijn 40e zet bleek niet zo handig te zijn. Uiteindelijk was het niet meer duidelijk hoe ik kon winnen. Ik probeerde wel de enige breekzet die er was, maar zelfs na dameruil kon ik niet meer winnen. Ik had twee keuzes waarvan de ene remise zou zijn en de andere een geslaagde verliespoging…

Bij Henk op het tweede bord met de witte stukken zag het inmiddels ook niet meer goed uit. Zijn kansen waren in de opening. Daarin probeerde Dinand Webbink in een Siciliaan snel met …d7-d5 het centrum en de lange diagonaal te openen. Het was echter iets te optimistisch gedacht, want Henk reageerde goed. De lange rokade die daarna volgde van zwart liet de pion op f7 erg kwetsbaar achter. Henk profiteerde en won de pion. Daarbij kreeg hij het ook voor elkaar de loper op b7 passief te houden. Het is niet meer dan logisch dat Stokvis meer dan +2 aangeeft. Maar waar de computer moeiteloos de goede zetten vindt, is dat voor een mens anders. Helaas maakte Henk paar onnauwkeurigheden en zwart deed optisch weer mee. Henk zag zich genoodzaakt zijn extra pion op te offeren, maar daar ging zwart terecht niet in mee en offerde zijn d-pion om zijn loper mee te laten doen. In het vervolg probeerde Henk zijn stelling te verbeteren. Dat lukte wel en het zag er ineens weer heel aardig uit voor wit. Net op het moment dat het tijd leek om te oogsten had zwart nog een geniepig zetje waarmee hij kon ontsnappen. De dames gingen eraf en zwart kwam binnen op de tweede rij. Het zag er allemaal heel eng uit en het leek me ook verloren. Maar Stokvis houdt het koelbloedig remise. Henk koos voor iets anders en dat gaf zwart één moeilijke kans om te winnen. Die werd niet gevonden en na 77 zetten kon Henk remise afdwingen.

Ophef! (vervolg)
Daarmee waren alle partijen afgelopen, maar wat nou te doen met die partij van Mark? De uitslag was nu 2½-4½, dus het maakte ook niet meer uit. De punten gingen naar de Soppers en voorgesteld werd om die partij maar remise te maken. Anders moeten er weer allerlei bezwaarschriften geschreven worden en weet ik veel wat meer. Daar heeft niemand zin in. Uiteindelijk werd het voorstel met enigszins wat gemor geaccepteerd. Daarmee werd de uitslag 3-5.

Vormdip
Het moge duidelijk zijn dat we met dit resultaat en manier van spelen er gesproken kan worden van een vormdip. Deze begon afgelopen seizoen tegen ASV 2 waar we de 4 oktober weer naartoe mogen. Toen wisten we, net als in deze wedstrijd, geen partij te winnen werden we gewoon kansloos gebatst. Hopelijk kunnen we als team lering trekken uit deze partijen en kunnen we met gezonde revanchegevoelens naar Arnhem gaan. Mochten we als team winnen en mocht ik zelf ook winnen, dan wil ik best weer geïnterviewd worden!

BSG (2129) – SOPSWEPS’29 (2128) 3-5
1. Ewoud de Groote (2220) – Reynir Helgason (2279) ½-½
2. Henk van der Poel (2204) – Dinand Webbink (2257) ½-½
3. Jesper de Groote (2197) – Johan Booij (2241) 0-1
4. Judit Clopés Llahi (2172) – Tom Bottema (2187) ½-½
5. Rein Brouwer (2141) – Frank Smeele (2049) ½-½
6. Mark Grondsma (2093) – Jan Roebers (2023) ½-½
7. Frans Borm (2066) – Paul van Onselen (2004) ½-½
8. Timon Brouwer (1939) – Michiel Geelen (1983) 0-1

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie