Verval bij Wageningen


Ons tweede team ondernam 1 november de barre reis naar Wageningen om daar het tweede team van die club partij te geven. Het leverde ons 1½ bordpunt op, waarmee we evenveel bordpunten scoorden als de vorige twee tegenstanders van Wageningen. Ofwel, Wageningen begint tekenen van verval te tonen.

Door Paul Tuijp

De spelers van Zeist en Hoogland waren de arme drommels die eerder moesten geloven aan de dadendrang van de Wageningers. We waren gewaarschuwd en dachten met een uitgekiende opstelling een matchpunt mee te kunnen snaaien. We kwamen bedrogen uit.

Na de eerste uitslag stonden we nog gelijk.

Een correcte remise derhalve en dat tegen de op papier sterkste tegenstander. Daarna ging het snel bergafwaarts. Theo deelde na een zet of 15 al mee: ‘ik heb iets overzien’ [Red.: gemist]. En dat overkwam ons vaker. Bij Theo leidde dat tot het verlies van de dame tegen een toren. Bij Ruben Piël leidde dat tot kwaliteitsverlies. Ik heb niet gezien of dat een offer of een misser was, maar zijn tegenstander hield er de druk op leidde het materiele voordeel uit tot partijwinst.

De enige stelling en man waar ik na de opening echt vertrouwen in had, was die op en aan het eerste bord. Herman leek zijn tegenstander meteen klem te zetten, maar die wist gedurende de partij allerlei dreiginkjes in de stelling te krijgen en daarmee ook nog positioneel voordeel te krijgen. Zelfs onze topscorer Ruben Hilhorst ontkwam niet aan de malaise. Hij werd flink onder druk gezet, maar pareerde bekwaam, tot hem naar eigen zeggen ook een misser uit de vingers schoot en hij meteen kon opgeven.

Was er dan helemaal geen lichtpuntje? Nou, naast mij speelde Rik een interessante partij. Het is nooit saai op zijn bord en ook nu wist hij met creatieve middelen en een pionoffer het openingsnadeel op te lossen. Althans dat leek mij. Ik dacht dat hij op enig moment ook een paard (op h5) en een toren (op d1) gelijktijdig kon aanvallen waarna wit uitgeteld was, maar Rik vervolgde positioneel ook verantwoord en kreeg allerlei dreigingen tegen de witte koning. De troef van wit was een ver opgerukte vrijpion, maar die leek weer van promotie afgehouden te worden. Hoe dan ook, ik heb het gemist, maar Rik moet ook iets hebben gemist, want ik las een nul terug op het uitslagenformulier.

En ja, dan resteren nog twee genadehalfjes. Frans had het niet makkelijk en stond de hele partij onder enige druk. Ook in de slotstelling heeft alleen zijn tegenstander nog kansen, maar op routine weet Frans de boel dicht te houden. En ikzelf, tsja. Ik kom goed weg, want eerst verzuimt mijn tegenstander tot twee keer toe een kwaliteitsoffer te brengen, wat zeer kansrijk is en vervolgens versmaadt hij pionwinst, omdat hij spoken ziet.

Niet te lang getreurd. Op 22 november wacht de derby tegen HSG, dan zijn Rob en Peter weer terug en lijken we zelfs weer 9 man te hebben.

Persoonlijke uitslagen:

Wageningen 2 – BSG 2 6½-1½
Bram de Vries (2036) – Herman van Engen (2003) 1–0
Kees Stap (2069) – Ruben Piël (1938) 1–0
Hans Dam (2073) – Tom de Ruiter (1953) ½-½
Robin van Leerdam (1985) – Frans Borm (2064) ½-½
Martijn Naaijer (2032) – Theo Slisser (1848) 1–0
Gijs Goverde (1859) – Ruben Hilhorst (1964) 1–0
Janno Heger (1886) – Paul Tuijp (1848) ½-½
Frank Taylor (1894) – Rik Weidema (1858) 1–0

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie