Op Sinterklaasavond speelde het eerste SOS-team van BSG een belangrijke wedstrijd in en tegen medekoploper Amersfoort. Beide teams hadden de eerste twee wedstrijden gewonnen. Wie verwacht dat er allerlei Sinterklaasverwijzingen en clichés in dit verslag zitten, komt bedrogen uit. Señor Inmaculado had ze al opgemaakt in een eerder verslag.
Door Ewoud de Groote
Warhammer 40K
Bij binnenkomst in de speelzaal merkte een aantal BSG’ers een apart tafereel op. In het achterste deel van het gebouw waren volwassen mannen met iets heel bijzonders bezig. Een vriendelijke jongeman legde uit dat het om Warhammer 40K ging. Een bordspel tussen twee spelers dat zich afspeelt in het “grimdark” 41e millennium: een dystopisch sci-fi-universum vol eeuwige oorlog, waar de mensheid (het Imperium van de Mens) vecht om te overleven tegen aliens (xenos zoals Orks, Eldar en Tyraniden), demonen uit de Warp (Chaos) en interne corruptie. De God-Keizer zit stervend op zijn Gouden Troon, Space Marines zijn supersoldaten en het motto is: “In de grimmige duisternis van de toekomst is er alleen maar oorlog.” Met name Ton was erg geïnteresseerd. Onze Rik haakte op een gegeven moment af toen de jongeman verder ging dat er een ook dobbelelement in het spel zit. “Dan wordt het gokken,” aldus Rik, waarna hij zich naar de speelzaal begaf. De rest volgde.
Verstekt en verzwakt
Bij Amersfoort bleek hun sterkste man te ontbreken. Tim Grutter zal lekker een rapidtoernooi te spelen in Londen. Geef ‘m eens ongelijk! Bij ons was het andersom. Eén van onze Robs was niet wedstrijdfit en dus werd ik op de speeldag gebeld om in te vallen. Gelukkig kon ik meedoen, want normaal houd ik me bezig met de jeugd op vrijdagavond en die had ik vrij gegeven vanwege Sinterklaas. Mijn komst betekende wel wat verschuivingen in de bordvolgorde. Zo ging ik naar bord 2, Henk naar bord 4 en Ruben naar bord 6.
Een rustig begin
De match begon zonder al te veel gekke dingen. De eerste remise werd genoteerd. Misschien toch meer geïnteresseerd in Warhammer 40K, nam Rik het tweede remiseaanbod maar aan. In een opzet die iets weghad van een Koningsindiër deed wit er alles aan om het dicht te houden. Dat lukte en vrede werd getekend.
Ook was er remise bij onze Ruben. Met haastige spoed werden op het bord gekwakt en moest wit in de denktank. Ruben volgde naar mijn idee wel het juiste plan door stukken te ruilen terwijl zijn tegenstander een geïsoleerde pion had. Toch slaagde wit erin iets van een dreiging in de stelling te brengen en dat dwong Ruben om eeuwig schaak toe te laten.
BSG op voorsprong
Daarna kwam BSG op voorsprong. Zowel Ton als ik wisten het punt redelijk snel te drukken. Allereerst won Ton op het eerste bord. Zijn tegenstander had toch wat last van zijn centrumpionnen en probeerde die tactisch te verdedigen. Dat moet je tegen Ton niet doen want als snel schoot hij er een gat in. Het leverde Ton een kleine kwaliteit op en niet veel later de partij.
Bij Ton is het altijd wel grappig om te zien hoe hij zijn partijen aanlevert. Ik probeerde er iets van te maken, maar het werd niets. Toen kwam ik op het idee om het aan Grok te vragen om er een PGN-bestand van te maken. En dat lukte, al zag ik later dat Grok zo vrij was geweest om sommige zetten van een paar uitroeptekens te voorzien. De partij met commentaar van Ton.
Op het tweede bord maakte ik er 3-1 van. Arie van den Burch was zo vriendelijk om één van mijn lievelingsvarianten in de Nimzo te spelen: De Hübnervariant. Het was al wel weer een tijd geleden dat ik die opening op het bord heb gehad. De laatste keer was tegen Roi Miedema en daarvoor in de interne competitie van BSG tegen Leon Pliester. Hoewel ik volgens mij altijd verloor van Leon, heb ik de opening nooit afgeschreven. Het moet gewoon een degelijke opening zijn. Zeker met de komst van nieuwe sterkere engines lijkt de opening te staan als een huis. Helaas spelen de witspelers het vaak met 6.Pge2 (i.p.v. 6.Pf3) waardoor de Hübnervariant wordt vermeden.
Tijdens de partij moest ik wel even graven naar de nuances en gelukkig kon ik de meeste dingen wel weer voor de geest halen. Daarbij kwam dat m’n tegenstander minder bekend was met de opening en al snel had ik een erg comfortabele stelling. Niet veel later brak ik door over elke flank en kon wit opgeven.
Amersfoort komt terug
Daarmee was de koek helaas op voor BSG. Bij de overige borden waren inmiddels treurige stellingen ontstaan. Bij Rob (Tijssens) op het zevende bord ging het mis. Naar eigen zeggen speelde hij de opening te passief en kreeg daarna een positioneel mindere stelling. Zijn tegenstander speelde het helaas goed en kwam met een tactische wending die hem materiaal opleverde en daarna de partij: 3-2.
Inmiddels kon ook onze teamleider op het vijfde opgeven. De opening zag er nog wel oké uit, maar Berts tijdverbruik bleek een zorgenkindje te zijn. Met weinig tijd was het niet te doen om de complicaties te overzien en kwam wat nootjes achter en werd daarna uitgetikt: 3-3.
Daarmee waren alleen Jesper (bord 3) en Henk (bord 4) nog bezig, beiden in stellingen die betere tijden hadden gekend. Henk schreef over zijn eigen partij: “Met zwart op bord 4 kwam ik zonder problemen uit de opening, daarna koos ik zowel op zet 12 als 15 een mindere voortzetting. De betere zetten wel gezien, maar de stelling met name na zet 15 niet goed geëvalueerd. Op zet 19 miste ik nog een goede mogelijkheid, waarna het ongeveer gelijk stond. Na een fout op de 26e zet kwam ik verloren te staan, mijn redding was uiteindelijk de tijdnood van mijn tegenstander waarin ik met het nodige geluk toch nog met een remise wist te ontsnappen.”
Daarmee stond het dus 3½-3½ en waren alle ogen gericht op mijn broederfiguur. De opening werd erg rustig aangepakt en zwart had daar geen problemen. Gelukkig was zwart erg gefixeerd op de toren in de hoek en Jesper offerde die graag voor twee pionnen en een stuk. Toen stond hij duidelijk beter en na een grootse afruil kwam hij voor een moeilijk dilemma te staan. Hij won de kwaliteit terug maar zwart won in ieder geval één pion terug. Hoewel Jesper dacht de goede zetten te spelen, verdween zijn voordeel en bleef zwart actief spel houden. Daarna lukte het niet meer om de juiste zetten te vinden en bleef de koning in midden een zorgenkind. Niet veel later kon groot materiaalverlies niet meer voorkomen worden en was de nederlaag een feit: 4½-3½.
Amersfoort (2002) – BSG 1 SOS (2049) 4½-3½
1. Audry Burer (1880) – Ton van der Heijden (2221) 0-1
2. Arie van der Burch (2176) – Ewoud de Groote (2225) 0-1
3. Rogier Dijk (1989) – Jesper de Groote (2194) 1-0
4. Henrik Porte (2109) – Henk van der Poel (2205) ½-½
5. Bram van Harten (2069) – Bert Balke (1918) 1-0
6. Peter Reedijk (2004) – Ruben Piël (1922) ½-½
7. Milan Koning (1960) – Rob Tijssens (1852) 1-0
8. Rob Kaffka (1832) – Rik Weidema (1856) ½-½