BSG 2 SOS – Hoogland 2: Het eerste punt is binnen

Op 1 december trad het tweede SOS-team van BSG thuis aan tegen Hoogland 2. Na twee verloren matches wordt het zo langzamerhand wel tijd voor wat punten. We gingen er gewoon weer met frisse moed tegenaan, maar wel zonder Cees Jan. Hij speelt ook in de viertallencompetitie en zijn team moest die avond ook spelen. Zijn keuze viel op het viertal. Teun de Haan was gelukkig bereid om in te vallen.

Door Harold van der Laan

Het valt me zwaar een verslag te schrijven, want ik kwam bijna niet van mijn bord af en heb weinig meegekregen van wat er zoal speelde. Ook gezien enorme drukte in de privésfeer heb ik eigenlijk ook weinig tijd voor een verslag. Weinig vakantie dit jaar, een paar ziekenhuisopnames binnen mijn familie, een al jaren durende verbouwing op de achtergrond en een baanwissel zorgden dat mijn aandacht even wat minder bij deze toch ook belangrijke bijzaak was. Maar het is kerstvakantie, dus er is wat meer tijd. En om het toch niet helemaal alleen over mezelf te hebben had ik bij een ieder wat partijnotaties opgevraagd. Niet alles heeft me bereikt, dus het blijft beperkt tot een paar leuke inkijkjes. Het scoreverloop gedurende de strijd heb ik ook niet goed meegekregen.

Allereerst de partij van Tom, hij had hem helemaal overgetikt en naar mij toegemaild, dus een paar analyses ben ik hem dan wel schuldig. Die doe ik niet zelf, maar de gratis lightversie van Stockfish. Daar kom je ook nog een aardig eind mee.

Na 20. f3, zet Toms tegenstander Paul Joosten de g1-a7-diagonaal wagenwijd open voor hem.


Paul Joosten – Tom de Ruiter, stelling na 20.f3

Wits loper op a2 zit niet in de meewerkstand, dus het lijkt prijsschieten. Zo op het eerste oog lijkt 20…Dc5+ een prima zet. Is het ook, maar Stockfish komt met 20…d5. Dan kan zwarts loper naar c5 en de dame naar g3 en dat is dan nog het beste scenario voor wit. Er dreigen dan ook nog wat penningen. Tom koos voor 20…Dc5+, waar niets mis mee is. Interessant te vermelden is dat de zet …d5 nog 4 zetten lang wordt aangeraden door Stockfish maar Tom kiest steeds een andere voortzetting. Dat levert hem, via een onnauwkeurige zet van zijn tegenstander, welke goed door hem wordt afgestraft via een mooi zetje, pionwinst op.


Paul Joosten – Tom de Ruiter, stelling na 24…Le7

Wit moet hier 25. Lf2 spelen, maar doet 25. g3? en denkt er na afruil op h4 met een dubbelpion op de h-lijn vanaf te komen. Dan staat hij in hogere zin wel slecht, met ook al een opgesloten witte loper. Maar het is dan materieel in ieder geval nog gelijk. Tom ziet echter het veel betere 25…Pxg3 gevolgd door 26. Pxg3 Lxh4 en staat zomaar een pion voor.

Verderop in de partij komt er weer een moment waarop hij een onnauwkeurigheid van zijn tegenstander vakkundig afstraft, terwijl hij zelf wel steeds gezonde zetten blijft doen. De optelsom van afstraffingen is dan eigenlijk al fataal voor zijn tegenstander, want ondanks dat de inactieve loper weer wat tekenen van leven vertoont maakt Tom een gatenkaas van de pionnenformatie van zijn tegenstander. Hier gaat het op zich nog wel nadat Tom 33…Te5 heeft gespeeld.


Paul Joosten – Tom de Ruiter, stelling na 33…Te5

Zijn tegenstander speelt 34. Pd5. Dat lijkt op een logisch veld voor het paard. Maar na 34…Lxd5 35. Txd5 Txd5 36.exd5 zal de witte pionnengatenkaas die dan verschijnt later in de partij vast goed smaken. Aldus geschiedde, want dergelijke stellingen zijn Tom wel toevertrouwd. De mij opgestuurde notatie stopt nadat als eerste de pion op d5 wordt verorberd. De rest is techniek.

Dan de partij van Theo. Het was even een gezoek in zijn notatieboekje, want Theo speelt voor zoveel teams als vaste speler en invaller, dat het even puzzelen was voor we de juiste partij hadden gevonden. Ik nam een foto, en speelde het thuis na. Het was een Boedapestgambiet dat aan beide zijden correct werd gespeeld en waarbij het evenwicht continu werd bewaard. Na 24 zetten werd tot een puntendeling besloten.

Van Jeroen kreeg ik ook wat. Een aangenomen damegambiet. Ik ging eens even googelen en het mooie is dat Google tegenwoordig een AI-samenvatting geeft als je de zetten gewoon invoert. Dus ik wil graag even vertalen wat ik voorgeschoteld kreeg na het invoeren van

1. d4 d5 2. c4 dxc4 3. e4 e5 4. d5 Pf6 5. Da4+

De centrumvariant van het aangenomen damegambiet, waarbij wit op agressieve wijze de pionnen opspeelt om ruimte te creëren in het centrum en waarbij zwart vervolgens met …e5 tegenspel geeft. De bedoeling van 5.Da4 is om de centrumpionnen te ondersteunen en mogelijk druk uit te oefenen op de damevleugel van zwart, hetgeen vaak leidt tot complexe tactische gevechten waarbij zwart de c4 pion probeert te verdedigen met zetten als 5…Ld7 of 5…Pc6 om ook de ontwikkeling te voltooien en wits ruimtevoordeel probeert tegen te gaan.

Er volgt dan een instructiefilmpje van IM John Bartholomew over deze opening. Ik scroll verder en zie dan wat de drie mogelijke plannen voor wit en zwart zijn en ook wat de gebruikelijke vervolgzetten zijn. Erg interessant, je hebt bijna geen openingsboeken meer nodig zo. Op basis van de gekozen zet van zwart 5…c6 wilde ik kijken wat het bijbehorende plan was, maar dat stond niet bij de drie voorgestelde plannen.

Dan maar even kijken wat Jeroen van plan was. De drie opties zijn het terugwinnen van de pion, het beheersen van het centrum, of het ontwikkelen van de loper op c1 en het paard op g1. Het wordt: 6. dxc6. Ook die stond er niet bij. Dus maar even verder googelen. Eerst 5…c6 maar eens toevoegen aan de zoekvraag. Dat geeft nieuwe informatie. Zwart verdedigt de pion op c4 en bereidt verdere ontwikkeling van zijn stukken voor, wat leidt tot dynamisch spel. Nou, dan ook nog maar 6. dxc6 aan de zoekopdracht toevoegen. Ah, ook daar komt een resultaat op: wit slaat terug, waardoor de zwarte pionnenstructuur mogelijk wordt verstoord en het centrum wankelt.

Tot zover even wat met behulp van AI van het web kan worden geschraapt. Maar je moet altijd wel even checken of dat allemaal wel klopt. De Stockfishteller staat inmiddels namelijk wel op −2,45. Dus Jeroen zit feitelijk na zes zetten al aardig in de problemen. Dat wordt er al vrij snel niet heel veel beter op. Op zet 13 moet hij een paard offeren om een matdreiging met ook aanval op zijn dame te pareren. Dat vergde te veel van zijn stelling. Tegenstander Sacha Vucinec moet nog even opletten om de ingevlochten complicaties te ontwijken en kon toen het punt incasseren.

En mijn eigen partij? Ach, wat zal ik er van zeggen? Ik ben niet voor niets bezig in het boek Turning Advantage into Victory in Chess. Dit boek heb ik nog niet uit, en het wordt de laatste tijd vaak duidelijk dat ik dat boek toch eens moet gaan uitlezen. Niet zelden kom ik namelijk wel ergens een pion voor, en heb dan een betere stelling. Dan zie je in partijanalyses nog wel eens de zin: “…en de rest is techniek.” Nou, dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want niets is lastiger dan een gewonnen stelling ook daadwerkelijk in winst omzetten. En zeker in een externe wedstrijd, want daar wordt door tegenstanders in mindere stellingen vaak stug doorgespeeld en vaak met succes.

Afijn, nadat ik mijn pion weer ergens had ingeleverd kwam de volgende, volledig in evenwicht zijnde, stelling op het bord, na de 37e zet van zwart:


Joost Hadida – Harold van der Laan, stelling na 37…Kd7

Wit doet dan de onreglementaire zet 38. Txb7+. Er volgt wat geroezemoes rondom mijn bord. Vanwege ik weet niet wat voor reflex zeg ik tegen mijn tegenstander dat dit niet mag. Hij neemt de zet terug en speelt vervolgens met zijn andere toren 38. Td2+. Aangezien ik niet zo goed wist wat te doen, speelde ik verder. Natuurlijk had ik meteen de klok moeten stilzetten en even de wedstrijdleider erbij vragen. Of was ik dat zelf, omdat ik teamcaptain was? Dat flitste er allemaal door me heen. Ik wist het dus allemaal even niet en speelde verder.

Nu maakt het niet zoveel uit, qua stelling als mijn tegenstander een andere zet met zijn b3-toren moet doen, de stelling blijft na analyse dan behoorlijk gelijk, aangezien hij op de derde rij moet blijven. Maar zijn zet met de andere toren, wat dus niet mag, want aanraken is zetten, is een versterking en ik moet opeens oppassen. Ik ben toch een beetje van slag en kies niet de juiste voortzetting. Het gaat als volgt verder:

38…Kc6 39.Td5 Txa2 40.Txe5 T6a5
Het is opeens +4,5 voor wit!

Na 41. Te7 gevolgd door Tbxb7 stort mijn pionnenformatie in elkaar. Maar ik denk dat ik een aardige leestip voor mijn tegenstander heb, over hoe voordeel om te zetten in winst, want hij koos wel voor 41.Te7 en vervolgens niet voor Tbxb7, maar voor 42.Kf3 en zijn voordeel was verdampt. De rest zal ik u besparen, nadat we elk nog eens misgrepen werd het uiteindelijk remise. Ik haalde opgelucht adem. Het was de laatste pot, en daarmee was ook een puntendeling voor het team binnengehaald/ternauwernood veiliggesteld. Misschien moet ik ook maar eens een boek over toreneindspelen gaan lezen.

BSG 2 SOS (1820) – Hoogland 2 (1816) 4-4
1. Tom de Ruiter (1970) – Paul Joosten (1860) 1-0
2. Theo Slisser (1841) – Maus Beurskens (1801) ½-½
3. Melchior Brandenburg (1823) – Tom Officier (1899) ½-½
4. Lodewijk van Pol (1821) – Jan Snijders (1878) 0-1
5. Harold van der Laan (1789) – Joost Hadida (1776) ½-½
6. Jeroen Olislagers (1782) – Sacha Vucinec (1823) 0-1
7. Teun de Haan (1806) – Ruben van der Wilt (1768) ½-½
8. Roel de Vrijer (1728) – Sander Eigenraam (1722) 1-0

Geef een reactie