BSG 1 SOS – Hoogland 1: Een daad van hekserij

Een onverwachte mail op zaterdag veranderde plotseling het uitzicht van mijn komende maandagavond: ik zou als invaller spelen bij BSG 1 in de SOS-competitie. Zoals altijd wanneer ik dit soort berichten in mijn mailbox krijg, begint er meteen een verhitte discussie in mijn hoofd over de vraag of het wel zo’n goed idee is om een lange partij op een doordeweekse avond (op maandag, hoor!) te combineren met een gewone 9-tot-5 de volgende dag. Maar de SOS-wedstrijden, met hun bizarre speeldagen en -uren, hebben een unieke magie die me er altijd van weet te overtuigen dat het ongetwijfeld de moeite waard is.

Door Judit Clopés Llahí

Deze 4e ronde, waarin BSG 1 tegen Hoogland 1 thuis speelde, was zeker geen uitzondering op de regel. Het spookuur is waarschijnlijk niet het meest geschikt voor koele, berekende nauwkeurigheid en virtuoos schaken, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door steeds weer verrassend dramatisch vuurwerk op de borden. “We moeten schaken toch niet zo serieus nemen”, zei Rik tegen me vlak voor de partij in een daad van helderziendheid. Deze opmerking was als een authentiek voorteken in het licht van de volgende gebeurtenissen. Ik kan de lezer alvast verklappen dat dit niet de enige tovenarij van de avond was.

De dag na de wedstrijd kreeg ik nog een taak: de dromerige ervaring van de vorige nacht transformeren in een verslag voor iedereen die er niet bij was. Dus zonder verder oponthoud deel ik graag mijn kijk op de wedstrijd BSG 1 – Hoogland 1. Ik hoop dat jullie net zo van de wedstrijd kunnen genieten alsof jullie er zelf bij waren.

Eerste akte – Een aardse openingsfase
De wedstrijd begon zonder veel verrassingen. De openingsfase besliste al snel het lot van de eerste drie borden. Op bord 1 bereikte Henk kort na de opening en zonder al te veel inspanning een gelijkwaardige stelling tegen Lucas van Mil, echter wel ten koste van de nodige simplificaties, waardoor er niet veel spel meer in de stelling zat. Na 16 zetten was er weinig reden om een remiseaanbod af te wijzen.

Tons remise op bord 2 tegen Marco Dieleman volgde kort nadien. Optisch zag het er voor wit net na de opening goed uit. Voordat het echt spannend zou worden kwamen de spelers echter remise overeen, nadat ook bord 1 in remise was geëindigd. In de analyse bleek dat zwart veel meer tegenspel had dan je op het eerste gezicht zou denken.

Mijn eigen partij op bord 3 tegen Stephan Paternotte ging helaas anders, hoewel de opening ook hier de hoofdrol speelde. Het verkeerde plan in de eerste stappen van de partij en het meedogenloze, correcte spel van mijn tegenstander bepaalden het uiteindelijke resultaat zonder verrassingen. Goed gespeeld, Stephan! No hay mal que por bien no venga (elk nadeel heeft zijn vordeel), zoals we in het Spaans zeggen: doordat ik vroeg klaar was, kon ik zowel genieten van als lijden onder de rest van het match.

Daarmee stond het 1-2.

Intermezzo – Inzakking in het middenspel
De resterende partijen zagen er ook niet echt goed uit voor ons. Toen ik het voor het eerst keek, had Rob al een loper minder op bord 8 tegen Tom Officier, wat zijn tegenstander langzaam maar zeker kon omzetten in een nieuwe overwinning. Tegelijkertijd mocht Ruben een remise laten bijschrijven op bord 5 tegen Hans van Doorn in een dode eindspelstelling, 1½-3½.

De situatie leek absoluut hopeloos voor de Gooiers. Met het oog op de resterende partijen concludeerden Henk en ik dat zelfs een 4-4-eindstand een echt wonder zou zijn. Zelfs in onze beste dromen hadden we niet kunnen vermoeden wat er zich in de laatste drie partijen afspeelde.

Tweede akte – Eindspel: een pact met de duivel?
Er waren nog drie partijen bezig. Het was inmiddels al laat in de winternacht en de maan straalde al op haar hoogst punt. De druk van de tijdnood en de vermoeidheid in de ogen begonnen hun tol te eisen van de toegewijde spelers. Henk en ik volgden toen als fanatieke supporters vooral de partij van Rik op bord 7 tegen Tomislav Tudjman. Rik had een betere stelling, maar kon geen duidelijk winnend plan vinden (zie stelling beneden).

“h4 is de juiste zet!”, bleef Henk suggereren, maar elke keer dat we naar de ontwikkelingen keken bleef de zwarte pion koppig op h5 staan. Toen we geen nagels meer hadden om op te bijten en Riks stelling opnieuw bekeken, realiseerden we ons dat hij een loper had gewonnen en enkele minuten later ook de partij.

Voordat ik naar het partij van Florian ging volgen, had ik even snel gekeken naar de stelling van Bert op bord 6 tegen Niels Dol. De situatie was daar verre van duidelijk: een symmetrische pionstructuur hield de mogelijkheden voor beide kanten open en de dreigende tijdnood voorspelde een chaotisch einde. Ik kan niet veel vertellen over hoe het daarna verder ging, omdat de laatste minuten van de partij zoveel toeschouwers van beide teams trokken dat ik geen duidelijk beeld kon krijgen van de laatste ontwikkelingen. Feit is dat Bert op de een of andere manier een kleine voorsprong in zijn voordeel wist om te zetten.

Op dat moment was het duidelijk dat een onzichtbare hand de kaart van het Rad van Fortuin had getrokken en deze rechtop op het tarotkleed had gelegd. De stand was weer gelijk en plotseling leek de droom van een 4-4 voor het eerst binnen handbereik voor de Bussummers.

Florian moest echter nog scoren op bord 4 tegen Eddy Wigmans. Florian had het grootste deel van de partij het initiatief in handen gehad, maar toen ik de laatste zetten ging volgen, wist zwart eindelijk de knoop te ontwarren en onvermijdelijk zet na zet gelijk te komen door wit te dwingen zijn dreigende torens terug te trekken. De bevrijding van zwart leek compleet nadat wit 46.f4 speelde, waardoor een torenruil op d5 werd afgedwongen die een einde zou maken aan de levenslange problemen van zwart. Na die 46.f4 was ik in diepe gedachten verzonken en stelde ik me voor hoe de stelling er na de ruil op d5 voor Florian uit zou zien. Een remise was nog steeds een waarschijnlijke uitkomst. “Florian kan het”, bleef ik tegen mezelf zeggen. Realiteit stond even stil. Toen ik eindelijk weer bij zinnen kwam, merkte ik iets op: zwart had de ruil nog niet gespeeld, maar de klok tikte onverbiddelijk verder. De druk op de atmosfeer was zo zwaar dat zwart opgaf toen er nog maar 2 seconden op zijn klok stonden.

In de woorden van Florian:

Wie, als medeschaakvriend, kan zich niet vinden in schaakblindheid? We hebben allemaal wel eens spoken op het bord gezien. Dit voorval schreef de laatste regel van dit esoterische verhaal en bracht ons BSG weer terug op de kaart om mee te dingen naar de titel. Ik hoop echt dat de planeten voor de volgende rondes op één lijn blijven staan.

BSG 1 SOS (2013) – Hoogland 1 (1971) 4½-3½
1. Henk van der Poel (2210) – Lucas van Mil (2125) ½-½
2. Ton van der Heijden (2215) – Marco Dieleman (2162) ½-½
3. Judit Clopés Llahí (2190) – Stephen Paternotte (1979) 0-1
4. Florian Wagener (1928) – Eddy Wigmans (1938) 1-0
5. Ruben Piël (1937) – Hans van Doorn (1936) ½-½
6. Bert Balke (1918) – Niels Dol (1909) 1-0
7. Rik Weidema (1845) – Tomislav Tudjman (1818) 1-0
8. Rob Tijssens (1857) – Tom Officier (1899) 0-1

Epiloog
Aan het einde van de match vertelde iemand me dat ik, ondanks de nederlaag op het bord, het nodige karma had gebracht om het team die avond te laten winnen. Hoe leuk ik dat idee ook vind, ik zou toch zeggen dat alle eer voor de overwinning natuurlijk toekomt aan al mijn teamgenoten die die maandag hebben gescoord. Maar zoals u wellicht begrijpt, heb ik geen uitgesproken mening meer tegen het paranormale. Voor het geval dat, en alleen voor het geval dat, zal ik bij mijn volgende SOS-partij mijn gelukspen meenemen.

Geef een reactie