Spassky’s – BSG 1: “Het kan slechter”

Wat antwoordt een Groninger als je hem vraagt hoe het gaat? Hij antwoordt: “Het kan slechter,” of “Het kan minder.” Deze houding typeert de Groninger. Het betekent dat de Groninger eigenlijk wil zeggen dat het heel goed gaat. Maar door zijn nuchtere houding wil de Groninger niet zo overdreven doen, ook al gaat het goed. Dat siert hen. Als je een Amerikaan vraagt hoe gaat het zal hij antwoorden: “Great,” hetgeen natuurlijk zwaar overdreven is. Zeker vandaag de dag.

Door Ton van der Heijden

Een zeer sterke bekende schaker die uit Groningen komt is Gert Ligterink. Hij was altijd mijn favoriete commentator. Zowel op het podium (in Tata of in Groningen) als met zijn schaakanalyses in de Volkskrant en Schaakbulletin. Een geweldige journalist die veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het schaken in Nederland. Helaas speelt Gert niet meer voor een schaakclub en is zijn schaakrubriek in de Volkskrant al een paar jaar opgeheven (wat een armoe). Zijn winstpartijen waren altijd om in te lijsten. Hij was ook de sterkste meester die geen grootmeester is geworden.

Als voorbereiding op onze Groningse uitwedstrijd heb ik een paar partijen van hem nagespeeld. Hij heeft een aantal superscherpe Sicilianen (de Velimirović-aanval met Lc4, De2 en 0-0-0) gespeeld toen hij nog 1.e4 speelde. Deze scherpe opening is een Groningse specialiteit (net als de mosterdsoep en de eierbal) waar ze veel fraaie ideeën in hebben bedacht. Tegen andere Groningse schakers als Christofoor Baljon en Michael Riemens heb ik die scherpe opening op het bord gehad. Vandaag had ik me dan ook verheugd op zo’n spannende middag.

Als voorbereiding op ons bezoek aan Spassky’s in het Jannes van der Wal Denksportcentrum heb ik uiteraard op YouTube degene naar wie het gebouw is vernoemd bekeken: Jannes van der Wal (1956-1996). Ik zou hem de Groningse Ivantsjoek willen noemen. Beide onbegrepen genieën (en beiden savant). Naast een sterk dammer (wereldkampioen geweest) was Jannes ook een sterk schaker. En Ivantsjoek een sterk schaker en een sterk dammer. Zo nam Ivantsjoek deel aan een damtoernooi na het Tata Steel-schaaktoernooi. Hij heeft ook trainingen gekregen van een damwereldkampioen. In 2018 heeft hij zelfs deelgenomen aan een Fries damtoernooi. Daar werd voor de eerste keer het Fries dammen gespeeld in een toernooi. Deze vorm van dammen staat bekend als “oer alles”. De dammen en schijven mogen niet alleen schuin, maar ook horizontaal als verticaal. Maakt het allemaal nog een tikje moeilijker.

De interviews die beide heren hebben gegeven zijn behoorlijk tenenkrommend. Zo liep Ivantsjoek onlangs gewoon weg midden in een slotvraag van interviewer Fiona Stein-Antoni in het laatste Tata-toernooi. En wie kent het beruchte interview van Jannes van der Wal met Mies Bouwman in december 1982 niet? Dat was toen Jannes net wereldkampioen (met 26 jaar) was geworden In Brazilië. Mies Bouwman had een miljoenenpubliek (met maar 2 tv-zenders had je dat trouwens al snel). Dat interview ging als volgt:

“Hoe voel je je?”, vraagt Mies Bouwman.
“Nou ja, een beetje leeg, want ik heb niks meer te presteren”, antwoordt Van der Wal. “Ik heb nu geen doel meer.”
“Maar je kunt toch weer gaan oefenen voor de volgende?”, werpt Mies tegen.
Jannes: “Ja, maar ik wil hogerop.”
Mies: “En er is niks hoger dan wereldkampioen?”
Jannes: “Ja, misschien het heelal ofzo… Maar ik weet niet of…”

Dat is het moment dat het interview ontspoort. Of hij wat over zichzelf kan vertellen, vervolgt Mies. Sinds wanneer hij damt, wil ze weten, en hoe oud hij is. Jannes kijkt ongemakkelijk de studio in en lacht maar wat.

“Jannes, hoe oud ben je?”, vraagt Mies opnieuw. Jannes blijft lachen.
“Waarom is dat een vreemde vraag, Jannes?”, giechelt Mies.

Jannes doet er het zwijgen toe. “Wil je eerst dat ik het zeg, ofzo?”,  vraagt Mies nog een keer. Jannes blijft zwijgen. Wie nog geen last had van kromme tenen, voelt ze nu door de schoenzolen heen priemen. Met terugwerkende kracht heeft Mies Bouwman daar zelf trouwens ook last van. Ze wil niet dat het fragment ooit nog op tv zal worden uitgezonden.

Sinds dat interview stond Jannes als een excentriekeling te boek. Iedereen die nog niet wist wie Jannes van der Wal was, wist dat nu wel. Later hebben meerdere kennissen en vrienden van Jannes het voor hem opgenomen. Zoals Erik Hoeksema aangaf hield Jannes niet van smalltalk en al helemaal niet van domme vragen.

De vraag van Mies Bouwman, “Hoe oud ben je?”, is een rare vraag aan een volwassen persoon. Hij moet hebben gedacht dat hij in de maling werd genomen. Hij vertrouwde het niet meer en daarna ontspoorde het.

Zelf vond Van der Wal het overigens wel prima dat ze hem ‘gek’ noemden. Een groter compliment kon hij zich namelijk niet indenken. “Het betekent namelijk dat men mij niet begrijpt. En een wereldkampioen denksporten moet dingen doen die een ander niet begrijpt.”

In een andere setting zag ik Jannes van der Wal op tv in 1986 bij RUR (Rechtstreeks uit Richter). Gastheer was de grappige Jan Lenferink die 3 gasten interviewde, waaronder Jannes. Hier kwam ook de humor van Jannes aan bod.

Uiteraard ging het in deze tv-uitzending ook over het andere feit waarmee Jannes bekend is geworden. Hij viel in slaap (als gevolg van een avondje doorhalen) tijdens een treinreis van Groningen naar het Nederlands kampioenschap 1986 te Utrecht. Hij zag zijn titelkansen in rook opgaan. Jannes zei daarover: “Over mijn zet 19-23 wordt niet gesproken, maar als ik me verslaap haalt het alle kranten.”

Ook in 1990 speelt een overdaad aan bier hem parten, als hij zich af moet melden voor een WK-partij. Jannes geeft als reden: “De ziekte van Heineken.” Humor van Jannes.

Aan het eind van die leuke uitzending vraagt Jan Lenferink aan zijn gasten wat ze voor tips hebben om in slaap te komen… Uiteraard wordt de vraag ook aan Jannes gevraagd. Die draait om de hete brei heen en komt dan erg grappig uit de hoek: “Een glas melk” en lacht om zijn eigen grap. (Jan Lenferink had iedere uitzending zelf een glas melk als drank op zijn tafel).

Jannes in een trein. Nog klaarwakker!

Jannes heeft in die 90’er jaren allerlei dingen gedaan die niets met dammen te maken hadden. Hij ging schaken en bridgen. Voor het schaken heeft hij talent. Ongetwijfeld sterker geworden door schaakvriend Erik Hoeksema. Toch wordt hij niet de beste van zijn schaakclub SISSA. “Komt doordat de clubavonden op maandag zijn. Dan ben ik nog onvoldoende hersteld van het weekend,” verklaart Jannes.

Op tv is hij regelmatig te zien als een soort nationale clown. Ook neemt hij een carnavalsnummer op: Janus hou toch je kanis. Met al die activiteiten die niets met dammen te maken hebben kan hij op deze wijze in zijn levensonderhoud voorzien. Hij verliest ondertussen zijn interesse in het dammen dat hij te weinig spannend vindt.

Dan krijgt hij op slechts 39-jarige leeftijd een verschrikkelijk bericht van de artsen: hij krijgt de diagnose leukemie. Slechts 3 weken te leven is de prognose. Hij houdt het 2 weken voor zich en maakt het dan wereldkundig. Ook dan pas aan zijn ouders…

Op de KNSB-zaterdag vlak voor zijn overlijden gaat hij nog naar Enschede om de schaakwedstrijd van Groningen bij te wonen, Die worden ingeblikt met 8-2. “Ja, als jullie zo dik verliezen, kan ik net zo goed doodgaan”, grapt Jannes.

Schaakvriend Eric Braun vertelde mij dat hij in die periode een (dam)simultaan had geregeld voor Jannes en met hem telefonisch wilde overleggen over de datum etc. Jannes antwoordde op die vraag: “Dan kan ik niet, dan ben ik namelijk dood!” Heftig.

Zo, de jonge lezertjes en teamgenoten krijgen nu enig historisch besef mee. Naar deze Groninger is het denksportcentrum vernoemd.

Foto van Boris Spassky (1937-2025) in de speelzaal

De reis naar Groningen van een kleine 2 uur verliep voorspoedig, ondanks het feit dat er toch behoorlijke mist was in het noorden. In Groningen lag zelfs nog de nodige sneeuw. Aangekomen in het Jannes van der Wal Denksportcentrum rook het toch wat muffig. Of dat nu komt omdat het een taekwondoschool is weet ik niet, maar het zou zomaar kunnen.

Wel grappig was dat zowel Henk als ikzelf niet het speelzaaltje konden vinden! Toen we aankwamen hadden we ongeveer 10 minuten de tijd om koffie te drinken. Vervolgens gingen Henk en ik naar het toilet. Toen ik terugkwam was iedereen al naar het speelzaaltje. Een aantal zalen langsgelopen, maar ik zag niemand! Lichte paniek. Gelukkig kwam ik teamgenoot Mark tegen van weer een ander toilet… We speelden ergens weggestopt in een klein zaaltje op zolder. Daar was ik zelf niet op gekomen! Henk had hetzelfde probleem, hij kon het ook niet vinden. Hij kwam ook gelukkig iemand tegen die hem de weg wees.

De wedstrijd zelf was great. Het moet gezegd worden dat Spassky’s wel behoorlijk verzwakt was door een aantal zieken. Hun sterke spelers Michael Riemens (die ik op mijn bord had verwacht, ik had me ingesteld op een superscherpe Siciliaan) en Joop Houtman ontbraken. Dat scheelde een slok op een borrel. Aangemoedigd door deze meevallers speelden we zeer geconcentreerd en roken wij onze kansen.

De tactiek van Spassky’s was waarschijnlijk om aan de topborden zoveel mogelijk remise te spelen en aan de onderste borden te scoren. Dat bleek wel uit het remiseaanbod dat Henk vrij snel na de opening kreeg, net nadat een onnauwkeurige zestiende zet zijn openingsvoordeel had verspeeld. Hij dacht nog lang na over dit aanbod en na een blik op de andere stellingen besloot Henk geen risico’s te nemen en akkoord te gaan met remise. Het eerste halfje was een feit.

Het tweede halfje kwam op naam van Judit. Volgens Judit zelf de saaiste partij van de dag. Daar zou ze best wel eens gelijk in hebben! Het was zo’n vergelijkbare stelling uit een van de WK-matches van Karpov tegen Kortsjnoi met een geïsoleerde d-pion voor zwart. Ook in die WK-match kon Karpov niet van Kortsjnoi winnen. Niet dat ik Judit met Karpov wil vergelijken, maar ook zij kon geen potten breken. Er werden gewoon te veel stukken geruild om het zwart moeilijk te maken. In gelijkwaardige stelling werd remise overeengekomen.

Rein speelde tegen een concullega die hij kent van het jaarlijkse Nederlandse kampioenschap voor theologen en pastores, Henk van Putten. De beide heren verkeerden dan ook snel in hogere sferen, maar na een experimentele openingsopzet stond Rein weer snel met beide beentjes in de Groningse klei. De objectieve toeschouwer zag dat dit experiment niet geslaagd was en zeker niet voor herhaling vatbaar. Fouten komen dan vanzelf. De witspeler maakte hiervan heel netjes gebruik en kon het eerste volle punt voor Spassky’s aantekenen.

Gelukkig kon ikzelf de stand gelijktrekken. Mijn tegenstander had ongetwijfeld de opdracht gekregen om een remise te scoren op bord 2. Vanuit de opening wikkelde hij rechtstreeks af naar een eindspel. Na slechts 16 zetten kwam er dan ook een remiseaanbod van zijn kant. Maar daarvoor gaan we niet helemaal naar Groningen! De wijze hoe wit speelde gaf mij juist aanleiding om eens goed ervoor te gaan zitten. Het was wel een grappige situatie. Terwijl buurman Ewoud een ingewikkelde middenspelpositie had, was ik al vergevorderd in een toreneindspel. In dit toreneindspel heeft wit een goede remisekans gehad. Toen hij die niet zag liepen de vrijpionnen door naar dam.

Jesper had zo’n typisch solide stelling die je ook veel bij huidige grootmeesters ziet. Je weet echter nooit hoe je dit moet spelen. Dat geldt zowel voor wit als zwart. Wanneer a2-a4 (…a7-a5), wanneer d3-d4 (…d6-d5) doorzetten, wanneer pennen met Lg5 (…Lg4), wanneer Lb3 en Pc4 of Pf1. Te moeilijk voor een middagje schaken in Groningen. Jesper wist toch wel raad met zijn stukken en offerde vanuit die solide stelling een stuk voor wat pionnen. Dat was beslissend in het eindspel. Een belangrijk winstpunt, waarmee BSG een voorsprong nam.

Timon heeft vanmiddag laten zien dat hij meer is dan alleen maar Lxh7+ en “aanvalluh!” Hij experimenteerde in de opening tegen een invaller. Timon vermeed dameruil om de remisemarge te verkleinen. Toen de dames toch geruild werden had Timon positioneel voordeel. Timon lukte het om een vrijpion te krijgen, maar het was nog niet simpel. Zowel wit als zwart had het loperpaar en nog een toren. Timon had echter een pion meer (6 pionnen tegen 5) Na wat ruiltjes dacht de tegenstander het ergste gehad te hebben, maar Timon slaagde erin om met de toren naar de andere vleugel op pionnenjacht te gaan. Toen kwamen er een aantal foutjes in de verdediging en kon Timon een zet voordat hij mat zou geven het punt bijschrijven.

Na deze winst was de tussenstand 4-2 met nog 2 gunstige stellingen voor BSG.

Ewoud speelde een buitengewoon spannende pot tegen Erik Hoeksema. De Rots van Baflo wordt Erik ook wel genoemd, omdat hij zich niet zomaar laat verslaan en zich altijd ijzersterk verdedigt. Onze man had geen tijd om zich voor te bereiden tegen de solide eerstebordspeler, omdat hij druk was geweest met een schoolschaaktoernooi. Ook niet geheel topfit begon Ewoud deze partij. Het natteneuzenseizoen is weer begonnen. Desondanks zette hij de partij scherp op. Gewoon g4 in het Siciliaans. Dat geeft altijd een leuke partij. De zwartspeler dacht de witte opzet af te straffen met een snel …d5. Dit bleek veel te vroeg, aangezien zijn koning nog op e8 stond. Ewoud maakte daar voorbeeldig gebruik van en strafte het voorbarige …d6-d5 tactisch af. Door een ijzersterk 18.Pf5 stond zwart met de rug tegen de muur en won Ewoud een kleine kwaliteit en pion. Dat bleek in het eindspel vrij gemakkelijk te winnen.

Toen was de tussenstand 5-2 en dachten we dat we snel naar huis konden. De matchpunten waren immers binnen. De terugtocht moesten we toch nog even uitstellen. De pizzapunt zouden we pas rond half 9 kunnen verorberen.

Mark heeft de vis bijna op het droge

De ausdauer van Mark is me al eerder opgevallen en ik heb daar eerder over geschreven. Ook nu was deze echte schaakliefhebber als laatste bezig en hij had geen zin om zijn partij voortijdig af te breken en remise te geven om maar zijn teamgenoten te pleasen. Maar wat een partij was dit!

Mark zit momenteel in een goede flow. Onlangs had hij zijn groep in Tata met 7½ uit 9 gewonnen en promoveert naar een hogere groep. Hij was uiteraard gebrand om vandaag ook te winnen. Dan zou zijn mindere score in de KNSB een wat dragelijker aanzien krijgen. In een ingewikkeld middenspel had Mark overwicht zonder echter de beslissende klap te kunnen uitdelen. De tijdnoodfase werd zonder kleerscheuren doorgekomen en de tegenstander besloot om wat voor reden dan ook tot een vreemde ruil. Voor de dame kreeg Mark een toren, loper en een uiterst gevaarlijke vrijpion op b6. Het enige wat zwart kon hopen was een remise door eeuwig schaak. Toen de zwarte dame op f3 binnenkwam zetten begon het schaakjesfestival. Mark begon aan een koningswandeling heen en weer.

Het leek remise te worden door allerlei schaakjes op de witte velden. Toen de tegenstander een keer geen schaak gaf kon Mark zijn positie versterken. Door een torenoffer kon hij zijn vrijpion door laten stomen. Zwart zag in dat hij geen eeuwig schaak meer had en gaf gebroken op. Werkschaak noem ik dit Mark. Grote klasse.

Spassky’s (2038) – BSG (2138) 2-6
1. Erik Hoeksema (2332) – Ewoud de Groote (2242) 0-1
2. Dries Koster (2017) – Ton van der Heijden (2216) 0-1
3. Roelof Kroon (2199) – Henk van der Poel (2187) ½-½
4. Menno van ’t Veld (2000) – Jesper de Groote (2167) 0-1
5. Henk Jansen (1834) – Judit Clopés Llahi (2174) ½-½
6. Henk van Putten (2099) – Rein Brouwer (2151) 1-0
7. Jan Postma (1963) – Mark Grondsma (2043) 0-1
8. Rolf Yska (1858) – Timon Brouwer (1925) 0-1

Wat zou de Groninger hebben gezegd na afloop van deze wedstrijd? “Het had toch slechter gekund.”

Geef een reactie