In het Vierkampentoernooi wordt er op zaterdag 17 oktober een speciale rapidvierkamp gehouden tussen deelnemers aan de Nederlandse Kampioenschappen van 1969 of 1970, namelijk Joop Piket, Jaap Vogel, Hans Ree en onze eigen Tom de Ruiter. Tot aan het toernooi zal hier elke week een nieuw portret komen te staan. Deze week is het de beurt aan Jaap Vogel.
Door Ton van der Heijden

Jaap Vogel (1948) draait al decennia mee op een hoog niveau in de Nederlandse schaakwereld. Wat dat betreft behoort hij tot de schaakveteranen. Fidemeester Jaap speelt en speelde vele open toernooien. Een groot succes behaalde hij in 1972 toen hij het Open Nederlands Kampioenschap te Dieren wist te winnen. Een halve eeuw later herhaalde hij dit huzarenstukje door het veteranenkampioenschap te Dieren te winnen!
Jaap heeft 3 keer (1970, 1974 en 1975) meegedaan aan het Nederlands schaakkampioenschap. In 1974 behaalde hij een topprestatie door vierde te worden achter Jan Timman (kampioen), Genna Sosonko en Hans Ree, maar vóór Hein Donner, Gert Ligterink etc. Had hij zijn remisestelling tegen Donner niet opgegeven dan was hij gedeeld tweede geworden!
De schaakstijl van Jaap is solide (hij is moeilijk te verslaan) en positioneel. Een pure strateeg. Zijn openingen heeft hij daarop afgestemd. Met zwart tegen 1.d4 Nimzo-Indisch en tegen 1.e4 uitsluitend Frans (al vanaf 1962). Wat dat betreft zou je Jaap de Nederlandse Uhlmann kunnen noemen. Jaap heeft aangegeven dat de latente dynamiek van de pionnenstructuur in het Frans hem aanspreekt. Met wit speelt Jaap allerlei flankspelen als hij maar zijn loper kan fianchetteren.
Jaap heeft aangegeven dat hij goed kan verdedigen en dat hij zich vaak terugknokt vanuit de verdediging. Hij wordt pas agressief als de tegenstander te ver gaat. Grote spelers die hem hebben geïnspireerd zijn Botwinnik (positiespel), Petrosjan (strategie) en Bronstein (originele ideeën). Zijn eerste schaakboek van Müller Zo speelt Botwinnik zal zeker hebben bijgedragen aan zijn positionele kijk op het schaakspel.
Schaakjournalist Berry Withuis karakteriseerde het spel van Jaap eens als “het rommelen op de vierkante meter.” Ik vermoed dat Jaap nog wel even blijft “doorrommelen.” Daarvoor heeft deze schaakliefhebber nog te veel plezier in het schaakspel.