We zijn er bijna


Wie heeft het niet gezongen? “We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.” Als je terugkwam van vakantie, half in slaap op de achterbank van de auto, tot je wakker werd omdat je een herkenningspunt zag. Een kerktoren, een afrit of het poppetje van de Conimex langs de A1 bij Baarn, wat mijn baken was als we terugreden na familiebezoek in Enschede of vakantie in Duitsland. Als je met een klas vol zingende kinderen onderweg was op schoolreisje, als de “potjes met vet” al niet meer te tellen waren en de eindbestemming eindelijk in zicht was.

BSG 2 bevindt zich in dezelfde omstandigheden. We zijn na zeven ronden bijna kampioen. We hebben zeven keer gewonnen en zijn daar trots op. Maar we hebben nog twee ronden te gaan en de nummers 2 en 3 kunnen nog langszij komen. Zij hebben namelijk vier matchpunten achterstand. We kunnen ons niet permitteren te verliezen, dus ook tegen SMB op 7 april zullen we er tegenaan gaan met onze volle concentratie. Als we dan winnen of gelijkspelen, zijn we kampioen.

Onze meest ervaren speler Tom de Ruiter is er ook bijna. Vandaag speelde hij zijn 499e wedstrijd in de KNSB-competitie. Dus op 7 april in Nijmegen wordt nummer 500! Om dat voor elkaar te krijgen moet je gezond oud worden en goed schaken. Tom slaagt er in dat allebei te doen. Het helpt natuurlijk dat Tom voordat hij lang geleden met pensioen ging, directeur van een basisschool was. Hij weet dus alles van kinderen, zingen en “We zijn er bijna”. Vandaag speelde hij gelijk tegen Thomas van Nispenrode.

Zijn partij duurde iets langer dan die van mij en die van Frans. Frans won snel van Steven Glasbeek, die een stuk tegen drie pionnen offerde en meteen daarna nog een kwaliteit moest inleveren. Zelf speelde ik met zwart remise tegen Arthur Maters. Ik kwam makkelijk uit de opening, maar had weinig om op te spelen. Ik nam het remiseaanbod van mijn tegenstander aan en kon me toen aan mijn taak als teamcaptain wijden.

Coen had uit de opening een prima stelling gekregen. De zwarte dame stond buitenspel op a7 en de zwarte toren stond opgesloten op a8. Tel daarbij op een wit paard op b6, beschermd door een pion op a5. Het duurde niet lang voordat Coen won. Daarmee stond het 3-1, maar de resterende borden waren niet allemaal even duidelijk.

Timon speelde tegen een jeugdspeler, Tom van ’t Hoff. Als die jongen nu al zo goed speelt, dan zal hij ons over een paar jaar ingehaald hebben. Timon offerde een kwaliteit en kreeg zeer goede compensatie. Even later was de compensatie verdwenen en moest Timon voor zijn schaakleven vechten. Hij vond een wending om de kwaliteit terug te winnen en bereikte uiteindelijk remise.

Rein had intussen gewonnen. In een vrijwel gelijke stelling vond Rein een manier om wat spel te creëren. Hij wist de witte stelling binnen te dringen en toen Ben McNab zich niet goed verdedigde, trok hij het volle punt naar zicht toe. Daarmee was het 4½-1½ en waren twee matchpunten binnen.

De vraag was wat Theo en Jesper zouden doen. Theo met wit was in het middenspel in de problemen gekomen. Hij had de opening agressief opgezet, maar daardoor zaten er ook gaten in zijn stelling. Ronald Engelen speelde sterk en inventief. Hij plantte een bloedirritante loper op d3 die bezwaarlijk genomen kon worden. Zwart kreeg twee gevaarlijke vrijpionnen, maar Theo is vindingrijk en wist af te wikkelen naar een eindspel waarin hij het met twee torens en een loper opnam tegen een dame en een toren. Listig weefde hij eeuwig schaak in de stelling:

Slisser – Van Engelen. Wit houdt eeuwig schaak.

Probeer het uit en constateer dat zwart niet weg kan lopen. Daarmee was het 5-2.

In Jespers stelling had ik alle vertrouwen, eigenlijk al na vijf zetten. Hij kreeg met zwart eenzelfde type stelling tegen zich als in de vorige ronde. Zoals hij na afloop zei: “Het lijkt wel alsof iedereen tegenwoordig 1. c4 speelt.” Na een zware manoeuvreerpartij ontstond een eindspel waarin Jesper met toren, loper en pion speelde tegen loper, paard en pion. In de diagramstelling wikkelde hij met een kleine combinatie af naar een stelling waarin zijn vrijpion niet meer was te houden. Als u het eerst zelf wil uitzoeken, de oplossing staat onderaan dit artikel. Daarmee stond een eindstand van 6-2 op het bord.

Van Laan – De Groote. Stelling na 55.Kg3.

En waarom staat er in dit verslag niets over Yme Brantjes, onze topscoorder? En wat doet dat poppetje van de Conimex in Baarn in dit verhaal? Heel makkelijk. Yme viel deze ronde in bij het eerste met een keurige remise als resultaat. En hij heeft de afgelopen jaren voor Baarn gespeeld.

BSG 2 (2053) De Toren Arnhem 2 (1867) 6-2
1. Timon Brouwer (1947) – Tom van ‘t Hoff (1575) ½-½
2. Theo Slisser (2011) – Ronald Engelen (1884) ½-½
3. Jesper de Groote (2179) Jorick Laan (1875) 1-0
4. Frans Borm (2141) – Steven Glasbeek (1876) 1-0
5. Rein Brouwer (2045) – Ben McNab (1812) 1-0
6. Coen van der Heijden (2054) – Mathieu Roskam (1963) 1-0
7. Ruben Hilhorst (2027) – Arthur Maters (1923) ½-½
8. Tom de Ruiter (2022) – Thomas van Nispenrode (2031) ½-½

Oplossing: Zwart speelt 55…Txf4. Na 56. Kxf4 Ld2+ is de b-pion niet te stoppen. En na 56.Kxf4 Le5 beslist de penning.

Ruben Hilhorst

Tags: , ,

Comments & Responses

Geef een reactie